Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
187
speler, cupidity f lust, begeerlijkheid, dupe, bedrogene, to harbour,
drijven, frugality, spaarzaamheid, to squander, verkwisten, wealth,
rijkdom, to relinquish, opgeven, laten varen, risk, gevaar, kans.
utter, geheel en al. hence, hieruit, squabble, twist, law-suit, regts-
geding. tribunal, geregtshof. complicated, verwikkeld, to abate,
verlagen, indolence, zorgeloosheid, reverse, verandering, penury,
gebrek, armoede.
3. blz. 105. Ant, mier. toil, moeijelijk werk. glee, lust, vreugde.
soil, grond, borne, aangevoerd, snug, wel ingerigt. geschikt.
4. blz. 105. Closely, ijverig, naauwkeurig. charge of maintaining,
kosten van onderhoud, was bound apprentice, in de leer gedaan.
surgeon, wond-arts, heelmeester, navigation, zeevaart, to fancy ,
lust hebben, zich inbeelden, to expire, verstrijken, addition, ver-
meerdering. prosperous, voorspoedig, to steer, wenden, crew, be-
manning. hazy, nevelig, mistig, to split, stranden, schipbreuk lijden.
shift, moeite, mercy, willekeur, waves, golven, squall, rukwind.
to drop, vallen, to stir, zich bewegen, tied, vastgebonden, chin,
kin. inch, duim. arrow, pijl. quiver, pijlkoker, to roar, brullen,
schreeuwen, to venture, wagen, to struggle, worstelen, to wrench,
verscheuren, peg, pin. string, koord, to release, bevrijden, tostab,
treffen, buff, buffelleder, waist-coat, vest. stage, stellaadje.
blz. 108. Train, sleep, oration, redevoering, threatening, bedrei-
ging. basket, mand, korf. leg, bout, loin, nier. shaped, gevormd,
van gedaante, lark, leeuwerik, loaves, brooden. big, dik. bulkt,
kogel, bulk, grootte, to fling up, in de hoogte werpen, hogshead,
okshoofd, draught, terug, to despatch, met spoed verzenden, intre-
pidity, onversaagdheid, deminuiive , kleine.
blz. 109. Prodigious, verbazend, to produce, te voorschijn bren-
gen, toonen. credential, volmagt. anger , toorn. , hoofdstad.
to convey, geleiden, brengen, disapprobation, afkeuring, cheerful
countenances, vriendelijke gebaren, to relax, slap worden, verslappen.
to rub, wrijven, ointment, zalf, engine, machine, frame, gebouw.
wheel, wiel. vehicle, voertuig, pole, paal. rope, touw. packthread,
paktouw. bandages, windsels, leg, been. pulley, rol.
blz. 110. To infuse, ingieten, purposely, opzettelijk, to yoke,
aanspannen, to drag, trekken, torch, fakkel, on account, wegens.
padlock, hangslot, turret, torentje, vast, menigte, vele. errand,
berigt, doel. square, vierkant, raree^shew, rarekiek.
blz. 111. Minutely, bijzonder, naauwkeurig. butler, slager, to
prevent, verhinderen, impertinence, onbeschaamdheid. rabble, gemeen