Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
182
26. Prettig, pleasant, landlieden, country-people, verstrooijing,
distraction, stilte, tranquillity, gewoon zijn, to be used, to be accus'
tomed, plakken, to gather, pret, joy, delight.
BRIEVEN.
1. To profit, ten nutte maken, sincerely, opregt. to entrustt toe
vertrouwen, care, zorg. to improve, vorderingen maken, vooruit-
gaan, verbeteren, mildness, zachtmoedigheid, wellfare, welzijn, by
word of mouth, mondeling, dutiful, gehoorzaam.
2. Dictated, ingegeven, inexpressible, onuitsprekelijk, to devote,
wijden, toeleggen, to give credit, eer aandoen, unexpected, onver-
wacht. affectionate, liefhebbende.
3. At length, eindelijk, lest, uit vrees, to afflict, bedroeven. gtntU,
lief, zacht, sight, gezigt. to embrace, omarmen.
4. To afford, verschaffen, geven, proof, bewijs, cowardly, laf.
to give ones self up, zich overgeven, grief, kommer, smart, weak*
ness, zwakheid, meanwhile, ondertusschcn. account, berigt. occupation,
bezigheid.
5. To taXi beschuldigen, uneasiness, ongerustheid, to be taken
care of, verpleegd worden, to persist, versterken, to disturb, versto-
ren. to enjoy, zich verheugen, to bless, zegenen, tenderness, teederheid.
6. Silence, stilzwijgen, to alarm, verontrusten, to befall, treffen.
to bestow 1 besteden, rather, liever, indifference, onverschilligheid.
to be aware, weten, kennen, solicitude, zorg. suspense, onzekerheid.
7. To be anxious, zeer wenschen. result, uitslag, ease, rust, to
grant, verhooren. to restore to health, weder herstellen, to diffuse,
verbreiden, consolatory, vertroostend.
8. To consider, beschouwen./erren^, vurig.vervulling.
to render, maken, peaceful, vreedzaam, to entreat, bidden, submis-
sion, onderwerping.
9. Behoeven, to need, zetten, to put. klappen, to clap, verwelken,
to fade.
10. Zaad, seeds, binnen kort, in a short time, very soon.