Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
181
8. Compute assortment, volledig sortiment, io jest, schertsen.
broad, breed, to he deceived, zich bedriegen, vergissen, yard, el.
9. To trust, vertrouwen, to be overcast, betrekken, soil, grond.
to change, veranderen, dust, stof. shower, bui. to burst, bersten.
ravage, verwoesting.
10. To take a ride, uitrijden gaan. grapes, druiven.
11. To doubt, twijfelen.
12. What do you want with me, wat moet ik. to keep waiting,
laten wachten, to step, stappen. onweder./roni-seai, voorste
bank, coacli'man, koetsier.
13. Please to God, God geve het. despair, wanhoop, good bye,
leef wel. j'mrney, reis.
14. Apoplectic stroke, beroerte, speechless, sprakeloos, salary,
inkomen, salaris, trade, handwerk, ambacht, capacity, bekwaam-
heid. disposition, aanleg.
15. Fun, grap, tijdverdrijf, really, waarlijk, to make up, uit-
maken. game, spel. to increase, vermeerderen, smart, vrolijk.
objection, tegenzin, that does not mind swearing, die gaarne vloekt.
to hurt, benadeelen. evil, kwade, communication, omgang, gezelschap.
to corrupt, bederven, to recollect, zich herinneren, ashamed of, be-
schaamd over.
16. Bezoeken, to pay a visit io. vacantie, holidays, werk, work,
onder voorwaarde, on condition, echter, however, zich gedragen, to
behave, heb daar geen zorg voor, make yourself easy.
17. Groeten, to salute, wild, ivild. onbezonnen, inconsiderate,
verkwisten, to waste,
18. Hé, hey. uitzien, to look, reiziger, traveller, ontzeggen, to
refuse.
19. Poort, gate, molen, mill, brug, bridge,
20. Bloeijen, io bloom, eikenboom, oak-tree, suikerfabriek, sugar-
work, vlijt, application, spaarzaamheid, savingness, economy, rijk
worden, Io grow rich, vooruitkomen, to advance.
21. lor en, steeple, stvsiks, presently, immediately, gebouw,
duidelijk, plainly, vijver,schuitje, skiffs boat, roeijen, ^o row.
22. Vorigen,/ornicr. medebrengen, to bring along with one,
23. Lessenaar, desk, afwijzen, to refuse,
24. Boekenkast, library, bookcase, hock, corner, gedicht, poem.
reisbeschrijving, travel, account of travels, itinerary.
25. Lust hebben, to have a mind, uitnoodiging, invitation, wel-
kom , ivelcome.