Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
180
worden, be. regenachtig, rainy, tellen, to count, aangezigt, yace.
77. Damage, schade, nadeel, devastation, verwoesting, to roar,
rommelen, to strike, inslaan, elevated, hoog, verheven, spot, plaats.
harbour, haven, degree, graad, at Jull, vol. quarter, streek, ge-
deelte. swampy, moerassig, luminous, phenomenon, natuur-
verschijnsel. multitude, menigte.
78. Capital, hoofdstad, situated, gelegen, middle, midden, island,
eiland, to divide, verdeden, kingdom, koningrijk, forest, woud.
pasture-ground, weiland, cathedral, hoofdkerk, domkerk, empire,
rijk. to intersect, doorsnijden, numerous , talrijk, chain, ketting, lofty,
hoog. steep, steil, mine, mijn. lead, lood. to discover, ontdekken.
climate, klimaat, luchtstreek, inconstant, onbestendig, to owe, ver-
schuldigd z\]n. fertility, vruchtbaarheid. Nile, Nijl.
79. Extent, uitgestrektheid, to surround, omgeven, to communicate,
in verbinding staan, straits, straat, visible, zigtbaar. connexion,
verbinding, to flow, stroomeo, vloeijen. length, lengte, source,bron.
to abound, overvloed hebben.
80. Werelddeel, part of the globe, vorstendom, principality, her-
togdom, dutchy, \\o(td, flood, schip, vessel, tooneel, scene.
TWEEDE AFDEELING.
1. James, Jakob, to consent, toestemmen, carriage, wagen, rijtuig.
unless, tenzij.
2. Nine pins, kegelspel, skittle, kegel.
3. Zeirw, Lodewijk. poedel, lapdog, spright-
ly, vrolijk, to jump, springen, to caper, huppelen, kitten, katje.
to fetch and carry, apporteren, paw, poot.
4. Bitch, teef. puppy^ joog hondje, to get shorn, laten scheren.
5. Slit, spleet, to nib, afpunten, to sharpen, slijpen.
6. To fold, vouwen, to rule, liniëren, ruler, liniaal, sheet, vel.
blottingpaper, vloeipapier, blot, vlek, does not carry the ink, vloeit.
quire, boek.
7. Choice, keus, voorraad, to bargain, dingen, handelen, to keep,
ophouden.