Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
179
onderhuis, square, vierkant, neat, rein, netjes, freestone, hard-
steen, arduinsteen, slate, lei. principal stair-case, hoofdtrap, com-
modious, gemakkelijk, folding-door, dubbele deur, (porte-brisée).
to smoke, rooken. deep, diep.
66. Jeio, jood. pleasant, aangenaam.
67. To hst, duren, to consecrate, wijden, to celebrate, vieren.
remembrance, gedachtenis, passion, lijden. Lord, Heer. festival,
feest, in commemoration, ter herinnering. Holy Ghost, heilige Geest.
to descend, afdalen.
68. Regterhand, left hand. schoonmaken, to clean, klimmen, to
climb, werpen, to fling, herstelling, restoration, repair, verjaardag,
birthday, overmorgen , the day after to morrow.
69. Odoriferous, welriekend, medecine, geneeskunde, to cultivate,
kweeken. svyeet, zoet, liefelijk, odour, geur. symbol, zinnebeeld.
purity, reinheid, solitary, eenzaam, shadowy, lommerrijke, striped,
gestreept, libial plants, lippenvormige planten, to bloom, bloeijen.
70. Veroorloven, to permit, ruiker, nose-gay. bijvoegen, to add.
71. Plough, ploeg, kennel, hoi. male, mannetje, to construct,
bouwen, rock, rots. verstandig, vernuftig, domestic animal,
huisdier, to tame, tarn maken, temmen, trunk, snuit, ramijied,
getakte, wood, hout.
72. Bird of passage, trekvogel, prey, roof, warbling, gekweel.
screech, gekrijsch. piercing, scherp, to announce, aankondigen.
variegated, bont, veelkleurig, wall, muur. are longAived, leven
lang. to imitate, nabootsen, to gather, vergaderen, wing, vleugel.
by couples, paarsgewijze./emafe, wijfje.
73. Vastbinden, to fasten, anders, less, herder, shepherd, fabel,
fable, story, lindenboom, lime-tree, in gezelschap, accompanied by,
schadelijk, hurtful, vlieg, fly. mug, gnat, vooral, especially, noe-
men, to call, slechts, but. prijs, price,
74. Fit, aanval, epidemical, heerschend. unripe, onrijp, to cause,
veroorzaken, fore-runner, voorbode.
75. To calculate, berekenen, motion, beweging, to attribute, toe-
schrijven. influence, invloed, human, menschelijk. destiny, lot.
satellite, wachter, trawant, populace, volk. foreboding, voorteeken.
disastrous, ongelukkig, event, gebeurtenis, vegetables, planten, man-
kind, menschelijk geslacht, to perish, omkomen, periodical, tijdelijk,
geregeld wederkomend, to fertilize, vruchtbaar maken, principal wind,
voornaamste (hoofd) wind.
76. Veertien dagen, a fort-night, naar builen, on the country.