Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
177
defray, dragen, bestrijden. cJiarges, kosten, to accustom, gewennen.
distinctly, duidelijk, to practise, zich oefenen, whose turn, wiens
beurt. I am to, ik moet. I am fond of reading, ik lees gaarne,
instructive, leerzame.
37. Weder vinden, to find again* nalatigheid, negligence, smart,
grief, affliction, ondervinden, io experience.
38. To prevent, verhinderen, to behave, gedragen, to confess,
bekennen, jwe««^, stuiver, duit. to depend, zich verlaten, to pretend,
staande houden, beweren, a piece of news, nieuws, parents, ouders.
again, weder, to settle, in orde brengen, concerns, aangelegenheden.
39. Able, in staat, fled, vlood, vlugtte. precipitation, haast, ra-
pid, rasch. to surrender, zich overgeven, to kill, dooden. spot,
plaats, to whisper, lluistercn. io regret, betreuren.
40. To gather, plukken, strawberries, aardbeziën, delicious, heer-
lijk. landlady, waardin, io dictate, dicte'ren, to seal, verzegelen.
garter, kousenband, to be rejoiced, verheugd zijn. to determine on,
besluiten, innumerable, ontelbaar.
41. Ontmoetten, met with, maaijen, to mow. dragen, to carry,
to bear, eerlang, erelong, in a short time, onbeleefd, impolite.
noodigen, to invite»
42. To sneak, sluipen, trick, kunststuk, to drown, verdrinken.
to afflict, bedroeven, io cover, bedekken, dish, schotel, to desert,
verlaten, to desire, wenschen. instruction, onderwijs, io despair,
wanhopen, hid, verbergde (van: to hide^ verbergen), tear, traan.
picture, schilderij, to faint, in zwijm vallen, to saddle, zadelen, to
smile, glimlagchen./ace, aangezigt.
43. Fair, schoon, copy, afschrift, boarding-school, kostschool.
to confirm, bevestigen, circumstance, omstandigheid, to require,
verlangen, to presume, vermoeden, to remember, zich herinneren.
to suffer, lijden, toestaan.
44. To repent of, berouw hebben, obstinacy, hoofdigheid, cowitry-
seat, buitenplaats, bled, ader gelaten.
45. Together, achter elkander, to cypher, rekenen, key, sleutel.
to doubt, betwijfelen, to provoke, uitdagen, sarren, tergen, durst^
durfde./orw.-arrf, te voorschijn. T^^rce, grimmig.
46. Naughty, ondeugend, hurry, haast./orenoo/r, voormiddag.
47. IJs, ice. zakdoek, hand-kerchief.
48. To select, uitzoeken, orchestra, orkest, to fish, visschen.
draughts, damspel, to break forth, uitbarsten, to smoke, rooken.
49. To depart, vertrekken, hint, wenk.
8**