Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
176
betreffen, si^ua^wn, stand, citizen, burger, serye, dienen, dutij, pligt.
21. Virtue, deugd, ivkether, of. reproach, verwijt, impression y
indruk, reasonable, redelijk, billijk.
22. Geruisch, noise, verschrikken, to frighten, leeftijd, age.
staan blijven, to stop. fout, fault, zijde, side, besteden, to employ.
kwaad, ill.
23. To lay, leggen, subject, onderworpen, onderhevig, error,
dwaling, on, bij. to vex, kwellen, ergeren, to sow, z^LdJi^Qn. to reap,
maaijen, oogsten.
24. Meubelen, furniture, weldoener, benefactor, ongelukkigen,
unfortunate, mededeelen, to communicate, bloedverwanten, relations.
zich wenden, to address one's self, boodschap, commission, errand.
25. To inform, berigten. condition, voorwaarde, entrance, intrede,
ingang, to refuse, weigeren. I mistook, ik hield, ik zag aan.
26. Beneficent, weldadig, opinion, gevoelen, meening. to obtain,
verkrijgen, to listen, toeluisteren, to impose upon, foppen, diets
maken, to succeed, slagen, to set about, beginnen,
27. Onverdiend, undeserved, afscheid, leave, zeer, dearly, gebo-
ren, born, doorbrengen, to pass, werkzaam, verdedigen,
to defend, aangrijpen, to attack, geleerd , learned, hoorcn, to listen to.
28. An hour ago, cen uur geleden, what is the use of washing
one's self, waartoe dient het, dat men zich wascht.
29. Gezelschap, company, een voorslag doen, to propose. namid-
dig, afternoon, gezond, healthy, eigen roem, self-praise, hatelijk,
odious, blootstellen, to expose, gevaar, danger, troosten, to console.
verbergen, to conceal.
3Q. It is going, het zal dadelijk, high, sterk, hard, north, noord.
31. To be seated, zitten, commonly, gewoonlijk, stove, kagchel.
willingly, gaarne. They want me to be, zij willen dat ik ben. chat-
terbox, babbelaar, ƒ00/, dwaas.
32. Steen, stone, bank, bench, schaduw, shade, mishagen, to
displease, met elkander, together.
33. Back, terug, thief, dief.
34. Ongeveer, about. Engelschen, English, Englishman. Frank-
rijk, France, jammer, a pity, zekerlijk, certainly, zomer, summer.
35. To sustain, lijden, doorstaan, heavy, groote. loss, verlies.
boldness, stoutheid, koenheid, to deny, loochenen, to request, ver-
zoeken. to flatter, vleijen. to depend on, afhangen, a few, eenige.
greatly, zeer. I am sorry, het spijt mij. to stay, blijven.
36. To relieve, helpen, ondersteunen, to consent, bewilligen, to