Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 85 ■)
De autorisatie, zal op gelijke wijze verleend wor-
den tot het oprigten van scholen en verdere instel-
lingen voor het middelbaar of hooger onderwijs, en
tot het houden van openbare voorlezingen, voor zoo
verre deze verschillende instellingen buiten mede-
werking of bezwaar van eenig openbaar bestuur zul-
len bestaan.
Art. 2. Behalve voor zoo verre 's Rijks lagere
scholen betreft en de onderwijzers-posten, waaraan
eenig inkomen van 's Lands wege is verbonden, zal
zich de tusschenkomst van het departement van
binnenlandsche zaken, ten aanzien van beroepingen,
aanstellingen of admissiën van onderwijzers van la-
gere scholen, voortaan bepalen tot de gevallen,
waarin er daaromtrent bij de betrokkene ambtena-
ren of besturen verschil van gevoelen, bezwaren of
bedenkingen mogten ontstaan.
In alle andere gevallen zal de Gouverneur der
provincie, na zich te hebben verzekerd, dat de
bestaande verordeningen behoorlijk zijn opgevolgd,
tot de beroeping, aanstelling of admissie dadelijk
laten overgaan.
Art. 3. Bij het openvallen eener school-opzie-
nersplaats, zal de provinciale commissie van on-
derwijs eene voordragt inleveren bij Gedeputeerde
Staten, welke dezelve, voorzien van hunne consi-
deratiën , en , zulks verkiezende, met twee perso-
nen vermeerderd , aan het departement van binnen-
landsche zaken zullen opzenden, ten einde de be-
noeming vervolgens, op de gewone wijze, plaats
hebbe.
Art. 4, De provinciale Staten en plaatselijke
besturen zullen de meest geschikte middelen aan-
wenden of voorstellen , ten einde er alom gelegen-
heid voorhanden zij , om aan de jeugd van alle
standen der maatschappij een behoorlijk lager on-