Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 61 ■)
der. behoeftigen , vooral len platten Lande (Art.. 29
van het Regl.) , de gescWktere regeling en verbeie"
ring van de inkomsten der Onderwijzers , {Art»
30 N". 1 van het Regl.) en het, zooveel mogelijk,
onafgebroken schoolhouden en schoolgaan , gehwl
het jaar door (Art. 30 N®.1 van het Regl.) ernstig
ter harte nemen, en deswegens de noodige, voot-"
dragten doen bij zoodanige geconstitueerde Magien
of ook bij zoodanige andere Collegien öf Personen
(Art. 10, 11 en 13 van het Regl.), als bevoegd
zijn om in dezen te voorzien en te disponeren, met
inachtneming voor het overige, ten aanzien van
het bepaalde in dit en het voorgaande Artikel,
van het vastgestelde bij Art. 5 der Wet.
Art. 10. Zij zullen acht geven, dat elk On-
derwijzer , vóór hij met het geven van onderrigt
aanvange , voorzien zij van het vereischt Patent,
en zich te dien einde telkens , gelijkelijk met de
bewijsstukken , tot de Speciale Beroeping, Aan-
stelling of Admissie betrekkelijk (Art. 13, N®. 4
der Wel) de Acte van Patent doen verloonen;
latende voorts het toezigt wegens het jaarlijks ver-
nieuwen van dezelve over aan degenen, die daar-
toe bij de Wet'"gesteld zijn.
Art. 11. Niettegenstaande elk Schoolopziener
in gevallen en op de wijze, bij Art. 9 van het
Reglement bepaald, bevoegd is, om aan een of
meer Personen, een plaatselijk toevoorzigt over de
School of Scholen aantebevelen , blijft hij zelf des-
niettemin geheel en al verantwoordelijk voor zooda-
nige Scholen en het Onderwijs op dezelve, en ge-
houden , om len aanzien ook van deze Scholen de
wezenlijke deelen van zijnen post in persoon waar-
tenemen , strekkende de aanstelling van dusdanig
Plaatselijk Toevoorzigt alleenlijk om hem in zijne
werkzaamheden daar ter plaatse behulpzaam te zijn
en te ondersteunen.