Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 60 ■)
sen en van allerlei vorderingen; immers voor zoo-
veel noodig is, om over de manier en inrigting
van het onderwijs te kunnen oordeelen : voorts zal
hij opletten , of de gearresteerde bepalingen om-
trent het Schoolwezen (Art. 11 der Wet) als
mede de Schoolorde, zoo algemeene als bijzondere
(Art. 21 van het Regl.) naar behooren in achtge-
nomen en opgevolgd worden, en verder gadeslaan
op al hetgene bij hem van belang zal worden ge-
oordeeld. Na den afloop van welk Schoolbezoek
hij den Schoolhouder of de Schoolhouderesse in
persoon en afzonderlijk zal onderhouden over alles,
wat door hem bij het Schoolbezoek is opgemerkt,
en hem of haar, naar bevind van zaken, den
verdienden lof geven, onderrigten, vermanen of
bestraffen, over hetgeen hij gezien of gehoord
heeft; terwijl eindelijk ieder Schoolopziener van
zijne waarnemingen en opmerkingen bij deze School-
bezoeken behoorlijke aanteekening zal houden, om
te dienen , als hier na Art. 24 en 25 van deze
Instructie vermeld wordt.
Art. 7. Bij het bezoeken der overige Scholen
(Art. 5) zal de Schoolopziener de bedenkingen en
opmerkingen , welke hij mogt hebben opgezameld,
niet aan den Onderwijzer, maar, naar den aard
der Scholen, het zij aan de Plaatselijke Schoolcom-
missie , het zij aan het over die Scholen bijzonder
gevestigd opzigt bescheidenlijk voordragen.
Art. 8. In alle zaken, waarin de Schoolopzie-
ners , lot bevordering van het Lager Schoolwezen
en Onderwijs, den bijstand of de medewerking der
burgerlijke magt noodig hebben, zullen zij zich
tot dat einde, naar den aard der zaken , vervoegen
bij het Plaatselijk, Departeroentaal of Nationaal
Bestuur. (Art. 11 der Wet).
Art. 9. Zij zullen speciaal de verbetering der
Schoolvertrekhen, liet onderwijs van de Kinderen