Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 38 ■)
Jeugd op een geregeldenr roet gebragt, verbeterd
cn van meer wezenlijk of uitgebreider nut worde ;
dat de onderwijzers tot het geven van zoodanig on-
derwijs in staat zijn , derzelver ijver en verdiensten
aangemoedigd en beloond, en hun lot verbeterd
worden ; wijders, dat de reeds gearresteerde of na-
der te bepalen Wetten voor het Lager Schoolwezen
en Onderwijs worden gekend en nagekomen (Art.
11 der Wet); dat alle hinderpalen , die zich hierbij
opdoen, door menschkundig beleid worden uit den
weg geruimd, en eindelijk, dat de verbetering van
het Schoolwezen, bij het algemeen, als heilzaam
en belangrijk beschouwd en voorgestaan worde : al-
les op zoodanigen voet en wijze, als in de navol-
gende Artikelen wordt bepaald.
Art. 2. Elk derzelve zal zich bekend maken
met het aantal en den staat der Lagere Scholen,
als ook met den toestand van geheel het Lager On-
derwijs (Art. 1—4 van het Regl.) binnen zijn Dis-
trict lArt. 5 van het Regl.) en helpen toezien (Art.
2 en 12 der Wet) dat, benevens de vereischte ge-
wone Scholen , een toereikend aantal van zoo ge-
schikt mogelijk ingerigte Matressen Schooltjes, en ,
waar dit zijn kan. Arbeid- of Industriescholen (Art.
der Wet) als mede de gelegenheid tot het ont-
vangen van onderrigt in de verschillende vakken
van het Lager Onderwijs (Art. l van het Regl.)
voor handen zijn: alles naar gelang van den aard en
de behoeften der onderscheiden Steden en Plaatsen.
Art. 3. Hij zal zich bekend maken met de
personen en onderscheiden talenten^ van alle de
Onderwijzers (Art. 4 van het Regl.) binnen zijn
District, en daar van behoorlijke aanteekening
houden , en aan dezulke , die raad en onderrigting
omtrent de waarneming ^an hunnen post begeren
of behoeven, steeds vrijheid vergunnen, of in bij-
zondere gevallen, de verpligting opleggen, om