Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 34 )
daagsche of ook geleerde Talen, de Aardrijks-,
Geschied-kunde en dergelijke, onderwezen, of ook
alleenlijk tot hoogere beschaafdheid gevormd wordt.
Alleen de gewone Latijnsche Scholen of zooge-
naamde Gijmnasiën zijn daarvan uitgezonderd.
Art, 2, De Lagere Scholen worden onderschei-
den in dezulke, die uit eenige publieke, het zij
Lands., Departementale, Plaatselijke, Geestelijke,
Kerkelijke of eenige andere openbare kas hoege-
naamd , geheel of gedeeltelijk regtstreeks onderhou-
den of ondersteund worden, of behooren tot een
Geslicht, het welk op eenigerhande wijze uit eene
publieke kas onderhoud of vasten onderstand er-
langt , — en in dezulke, wier onderhoud, buiten
bijdrage of toelage uil eenige publieke kas, gevon-
den wordt uit bijzondere Kassen, Fondsen, Toe-
lagen of Penningen. De eersten heeten Openbare
en de laats ten Bijzondere Scholen ; ook worden
derzelver Onderwijzers onderscheiden in Openbare
en Bijzondere.
Art, .3, De Bijzondere Scholen, in het vorig
Art. vermeld, zijn van tweederlei Klasse,
10,. De zoodanige, die — of bij uitsluiting be-
hooren , het zij tot eenige Diakonie of eenig
Godshuis, van welke Gezindte ook, het zij
tot de Maatschappij tot Nut van 't Alge-
meen , het zij ook tot eenig ander, geheel
op zich zelve staande, Gesticht, — of ten
eenenmale komen ten koste en laste van een
of meerdere bijzondere Personen, die zich
tot derzelver oprigting en geregeld en toerei-
kend onderhoud verbonden of onderling ver-
eenigd hebben.
2». De zoodanige, die, zonder eenigerhande
vasten onderstand ol bezolding, haar onder-
houd geheel en al vinden uit het provenue