Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 30 )
den gevestigd, zorgen, dat de Wetten en Regle-
menten , algemeene en bijzondere, omtrent het
Lager Schoolwezen en Onderwijs binnen hunne
Departementen , Districten , Sleden of Plaatsen ,
worden nagekomen, en onder geenerlei voorwendsel
krachteloos gemaakt of geëludeerd; in welk geval
zij deswegens hunne klagten, naar den aard der
zaken, inleveren bij het Plaatselijk, Departemen-
taal of Nationaal Bestuur.
Art. 12. Geene Lagere School zal ergens, on-
der welken naam ook, mogen bestaan of opgerigt
worden, zonder uitdrukkelijke vergunning van het
respectief Departementaal, Landschaps- of Gemeente-
Bestuur , na vooraf gevraagde inlichting en be-
denkingen van den Schoolopziener van het District
of de Plaatselijke Schoolcommissie.
Art. 13. Niemand zal binnen de Bataafsche
Republiek eenig Lager Onderwijs geven, dan die
de vier navolgende vereischten bezit:
Vooreerst: Dat hij zijn goed burgerlijk en ze-
delijk gedrag door één of meer voldoende Getuig-
schriften kan bewijzen.
Ten tweeden: Dat hij de Algemeene Toelating
tot het geven van Onderwijs erlangd hebbe.
Ten derden: Dat hij , na en boven deze Alge-
meene Toelating , eene Speciale Beroeping, Aan-
stelling of Admissie tot deze of gene School , of
voor deze of gene Plaats wettiglijk verkregen hebbe.
Ten vierden .• Dat hij zich, na het verkrijgen
eener Speciale Beroeping, Aanstelling of Admissie,
met de Bewijsstukken, daartoe betrekkelijk, b^j den
Schoolopziener van het District, of de Plaatselijke
Schoolcommissie in persoon of schriftelijk vervoegd
hebbe.
Zijnde hier onder niet begrepen de Onderwijzers,
welke in particuliere huizen inwonen, en aan kin-
deren , tot dat huis behoorende, onderwijs geven.