Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 122 ■)
» de wetten op het openbaar onderwys, van
» niets te onderwijzen of te laten onderwij-
» zen, hetwelk met de Grondwet, de wetten
» van het Rijk, de openbare orde en rust,
» en de goede zeden strijdig zoude zijn."
Art. 9. Alle instellingen van openbaar onder-
wijs , zonder uitzondering, zullen aan het toezigt
van de openbare autoriteiten onderworpen, en
diensvolgens steeds toegankelyk moeten zijn voor de
personen , die van wege het plaatselijk , provinciaal
of algemeen Bestuur bevoegd zijn, om den staat
derzelve op te nemen. De onderwijzers, en allen,
die in dezelve instellingen eenig beheer of toezigt
hebben , zijn gehouden om aan de bovengemelde
personen alle inlichtingen te geven , zoo mondelijk
als schriftelijk, welke dezelve vorderen.
Art. 10. Geene vreemdelingen zullen scholen
mogen oprigten , of aan de huizen mogen gaan om
onderwijs te geven, zonder vooraf Onze speciale
toestemming te hebben verkregen.
De scholen van hen , die reeds toegelaten zijn ,
blijven behouden, en die, welke aan de huizen
thans onderwijs geven, kunnen daarmede voortgaan.
Art. 11. Ieder, die de noodige kundigheden
zal hebben opgedaan, zonder onderscheid, waar
of hoe hij die verkregen zal hebben, zal toegelaten
worden tot het afleggen der examens en het ver-
krijgen der getuigenissen of graden, welke tot het
waarnemen van sommige ambten of beroepen ver-
cischt worden, ^^li;;
Art. 12. Zij , die \onderwijsi mogten geven, zon-
der daartoe volgens' de bepalingen dèr tegenwoor-
dige wet bevóegd te zijn yi-zullen behalve dat de
school onmiddelijk door het Gemeeritebestuur zal
worden gesloten, gestraft wordeu inet eene boete
van 50 tot 100 gulden , -en ingeval van herhaling,
van 100 tot 300 gulden. f' •