Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 109 ■)
eene plaatselijke commissie gevonden wordt, aan
zoodanige commissie eene nadere klassificatie van
al de scholen, in genoemde plaatsen, overgelaten
en aanbevolen, behoudens echter het gestatueerde
bij art. 18 der verordeningen op de examens, by
bovengemelde publicatie mede gearresteerdii»^ r
Art. 2. De bijzondere scholen der tweède klasse
behooren, zoo veel mogelijk, tot denzelfden rang
gebragt te worden, als waarin de openbare scholen
in diezelfde plaatsen worden gerangschikt. Alleen
op gunstig uitgebragt advies van den school-opziener,
gegrond op de noodzakelijkheid en nuttigheid van
zoodanig eene school daar ter plaatse, zal men
eenen onderwijzer van eenen lageren rang kunnen
admitteren.
Art. 3. Bijaldien eene plaats merkelijk in volk-
rijkheid toeneemt, het inkomen des school-onder-
wijzers merkelijk vermeerderd wordt, of ook meer-
dere beschaving zulks raadzaam maakt, zal het vrij-
staan , op verkregen goedkeuring van het departe-
mentaal bestuur, dezelve in eenen hoogeren rang
te brengen.
Art. 4. Eindelijk wordt bij deze wel expresselijk
herinnerd, dat, volgens art. 15 , 16 en 17 van de
verordeningen op de examens, meermalen vermeld ,
op scholen van den hoogsten rang, alleen admissi-
bel zijn dezulken, die eene akte van den eersten
en tweeden rang bezitten; op scholen van den
middelsten rang alleen dezulken, die den eersten,
tweeden en derden rang bezitten; en op scholen
van den laagsten rang allen, die eenige akte als
school-onderwijzer bezitten; zoodat, hoezeer de
laagste of vierde rang van school-onderwijzers bij-
zonder dienen moet ter bezetting van scholen van
den laagsten rang, en naar geene andere scholen
vermag te staan, echter ook school-onderwijzers van