Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 107 ■)
onderwijzersplaats, door den school-opziener van
het distrikt (zie boren, art. 5 , e), zal niets wor-
den betaald. ,<)
Art. 22i De stedelijke regeringen zullen, zoo
spoedig mogelijk, immers binnen drie maanden na
het arresteren ran dit reglement de noodige plaat-
selijke verordeningen ,, gegrond op dit regiement en
op de publicatie van Hun Hoog Mogenden, hier
meermalen vermeld , vaststellen , brengende dezeh'e
zoowel ter kennis van het departementaal bestuur ,
als van de plaatselijke schoolcommissie; na expiratie
van welken tijd, zonder dal een zoodanig plaatselijk
reglement ware gearresteerd, het op heden gearre-
steerde departementaal reglement aldaar kracht van
wet'zal hebben, voor zoo verre zulks van applica-
tie zijn kan.
Art. 23. De bijzondere school-orden, waarvan
in art. 25 van het algemeen reglement gesproken
wordt, zullen, wat de openbare en bijzondere
scholen der tweede klasse in de steden aangaat,
worden opgemaakt door de plaatselijke Schoolcom-
missiën, onder goedkeuring der stedelijke regerin-
gen , en die voor dergelijke scholen in de overige
plaatsen en gemeenten, voor zoo verre er geene
plaatselijke schoolcommissiën zijn, door den school-
opziener van het distrikt, met overleg en goedkeu-
ring van het gemeentebestuur.
Art. 24. Geen school-onderwijzer zal zich op
het aankweeken van leerlingen tot schoolmeesters
mogen toeleggen j!sten zij hij den hoogsten of twee-
den rang bezitte, of daartoe door de commissie
van ónderwijs>gequali(i,({eQfd zij.
Art, . Bij het,b»ö(t0igewoon vergadeten eener
commissiei)Van onderwij^iy op last van het departe-
mentaal bestuur, zal aan dezelve , tot defroijement,
-voldaan Wórden'de somma, van één honderd gulden,
onderling tusschen de leden der commissie te ver-