Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 101 ■)
derwijzer, of bijzondere van de tweede klasse,
nalatig of onwillig is, om aan het bepaalde , bij
art. 21 , 22, 23 en 24 van het algemeen regle-
ment meermalen omschreven, te voldoen; wan-
neer hij handelt tegen het verbod, in art. 3 hier-
boven gemeld , wanneer hij zich aan de bevelen
van den school-opziener of de plaatselijke commis-
sie onttrekt, of dezelve onbetamelijk bejegent; wan-
neer hij overtuigd wordt, zich aan een onbehoorlijk
gedrag te hebben schuldig gemaakt,, waardoor de
waarneming van deszelfs pligt als school-onderwijzer
geheel of ten deele verwaarloosd wordt, en, in het
algemeen , wanneer hij zich niet behoorlijk onder-
werpt aan de reeds geëmaneerde of nog te emane-
ren wetten, zal de school-opziener, of de plaat-
selijke commissie , trachten, door ernstige verma-
ningen , hem tot zijnen pligt te brengen.
Wanneer dit onvoldoende wordt bevonden, zal
de school-opziener of plaatselijke commissie des-
zelfs klagten brengen ter kennisse van het plaatse-
lijk bestuur, door hetwelk op dezelfde wijze van
ernstige vermaning zal getracht worden, zoodanig
eenen tot een beter gedrag en handelwijze te bren-
gen. •
Indien deze poging vruchteloos ware , zal hij ,
op voordragt der commissie van onderwijs of der
plaatselijke schoolcommissie, in zijnen post als
school-onderwijzer, of, indien hij om redenen met
ernstiger correctie moest worden bezwaard, almede
in deszelfs post van voorlezer, zoo door het plaat-
selijk bestuur als den kerkenraad , worden gesus-
pendeerd, én deszelfs akte van algemeene toelating
worden geschorst voor den tijd van zes weken, op
den voet, bij art. 18 en 19 der algemeene wet,
en art. 27 van het reglement, vastgesteld ; in wel-
ken tusschentijd deszelfs school, voor zoo verre den
openbaren school-onderwijzer aangaat, even als