Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 99 ■)
ontlrekken , om in dezen de noodige inlichting te
geven en de behulpzame hand te bieden.
Art. 8., De aanstelling of admissie der bijzon-
dere school-onderwijzers van de tweede klasse , als-
mede der schoolhouderessen en onderwijzers aan de
huizen , geschiedt, of wordt verleend, wat de ste-
den aangaat, op zoodanige wijze , als in het plaat-
selijk reglement zal worden vastgesteld en wat de
overige plaatsen aangaat, door de gemeentebesturen
en eigenaren van heerlijkheden, met in achtneming
van hetgene deswege in de algemeene verordenin-
gen, .inzonderheid 'art. 13 en 17 der wet, en art.
19 van het reglement, is bepaald.
j):Arti 9. -.Geen ondermeester, of iemand, de
functiën daarvan waarnemende, schoon niet be-
grepen in art. 4 van het algemeen reglement, zal
mogen fungeren, zonder alvorens voor den school-
opziener van het distrikt of de plaatselijke school-
commissie te zijn gecompareerd , en door dezelve
goedgekeurd geworden.
Art. lO.j Ten einde , door eene onbepaalde toe-
lating van scholen of onderwijzers, derzelver getal
niet te zeer toeneme, n
■jicn ; . ') , .
rt. Wordt aanr.ide regeringen der respective ste-
lden aanbevolen , om , de bijzondere scholen
der (tweede "klasse tot zoodanig een vast getal
te bepalen, als evenredigi is met de grootte
en behoeften harer IS tad, inzonderheid, om
door geene nieuwe aanstellingen of admissiën
het werkelijk getal idezer scholen te vermeer-
deren. ,7/tenzij het uit eene voordragt der
„1 plaatselijke commissié ).bf uit een advies van
dezelve,' op een te dien einde strekkend verzoek
ingebragt, bleek, dat. het van belang voor
het onderwijs der jeugd ware, eene zoodanige
aanstelling te doen of admissie te verleenen ,