Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederduitsche taal: voor de verst gevorderde leerlingen op de lagere scholen
Auteur: Kievits, H.A.
Uitgave: Amsterdam: C.J. Borleffs & J. De Ruijter, 1854
3e herz. dr; 1e dr.: 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 151 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205028
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederduitsche taal: voor de verst gevorderde leerlingen op de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 55 --
toeval hem in z^ne jeugd onvoorziens in dit
dorp gebragt had, waar hij sints al dien tijd
in eene alzins voordeelige cbetrekking was ge-
plaatst geweest.
Dit jonge mensch verhovaardigt zich zeer op
den stand, waar hij nu in geplaatst is. Echter
heug ik mij nogthans nog zeer goed, dat zijno
omstandigheden wel anders waren, en vind dus,
dat die trots hem inzonderheid lelijk staat.
Deze morgen zijn twee kwaadoeners uit het
tugthuis ontvlucht, en toen de gerichtsdienaars
hun najoegen, hebben zij over de stroom ge-
zwommen , en zijn ontsnapt.
103.
Wg werden verzocht, dezen avond bg onzen
vriend P.... op een feestmaal te komen. Onzen
vriend, die eenen deugdlievenden man is, en men
daarom hoogschat, heeft, ook den Heer M.,..
pogen overtehalen, hierby te verschijnen; maar
deze wordt uitdrukkelijk belet zulks niet te doen.
Uw zoon heeft zich van zijne hem opgelegde
taak uitmuntend gekweeten; het is een vlugge
scljjljver, die met zijne zaken weet voortteko-
men, en die ook steeds, als het zijn goede naam
of eere geldde, of als wangunstige lieden hem
verdriet bereden, toonde, dat men met hein niet
al doen kan, wat men verkiest.
Ik geloof niet, dat hij mijn vriend (*) zij ,
(♦) Waarom wordt de Aan- of Bijvoegende wijs alzoo genoemd?