Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederduitsche taal: voor de verst gevorderde leerlingen op de lagere scholen
Auteur: Kievits, H.A.
Uitgave: Amsterdam: C.J. Borleffs & J. De Ruijter, 1854
3e herz. dr; 1e dr.: 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 151 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205028
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederduitsche taal: voor de verst gevorderde leerlingen op de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
T- 48 ^
zijn ongeluk bewoogen, te meer daar 's mans
goede hoedanigheden hem bij vele aclitenswaar-
dig maakten.
81.
Bemosthenes was een beroemde Griekse rede-
naar, die ten tijden van piislippus Macedonies
koning leefde, en waarvan wij bericht worden,
dat hij met bijna ongelooflijke inspanning van
magt, zoo een bekwame rederi&ar wierd. Maan-
den lang hield hij zich in een duister hol op ,
om zijne redenvoeringen bij het licht van een
klein lampje te vervaardigen, waarom nijdigaarts
wel eens zeiden, dat deze na de lamp roken.
Zelf schoer hij *zich in dit hol slechts halverwege
de baard, om zoo buiten slaat te kunnen zijn
voor de meflschen te verschijnen. Deze groote
man, die in zijne redenvoeringen de Atheners
steeds tegen philippus van Macedonie in het wa-
pen zocht te brengen, was evenwel een der
eerste, die in de slag bij Cheronea op de
vluclit ging.
82.
Wij aanbidden (*) God, omdat Hij zich in de
natuur en nog meer in zijn Heilig Woord geopen-
baard heeft als onzen Schepper en Weldoener,
wiens wij zijn, en wie wij toebehooren, die ons
(*) Welk ondersclieid is er iu do uitdrukkingen: ik bid
hem aan en ik aanbid hemt