Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederduitsche taal: voor de verst gevorderde leerlingen op de lagere scholen
Auteur: Kievits, H.A.
Uitgave: Amsterdam: C.J. Borleffs & J. De Ruijter, 1854
3e herz. dr; 1e dr.: 1838
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 151 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205028
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederduitsche taal: voor de verst gevorderde leerlingen op de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 28 --
dan ware hij ten zege voor zijn land geweest, en
hoeveel leed had hij dan zich zelf en zijne onder-
danen kunnen besparen. Maar na augustus,
keurvorst van Saxen, andermaal geslagen en tot
afstanddoening van Poolen gedwongen te hebben,
deedt hij eene tweede stoute, maar zeer onvoor-
zigtige togt in het binnenste van Rusland. Hij
belegerde Pultawa, werd daar totaal geslagen en
vluchte daarop naar Turkije. Hier verbleef hij
een geruime tijd, en deedt er zich als een on-
gemeene hardnekkige vorst kennen. Hij werd bij
de belegering van Frederikshal in Noorwegen
door een geweerkogel gedoodt in 1718, mis-
schien door toedoen zijner eigen onderdanen.
51.
De wijze en liefdevolle Schepper plantte de ou-
deren eene sterke liefde tot hun kroost in. Ziet
slechts hoe een liefderijke zorgende vader van
den vroegen morgen tot den laten avond zwoegt,
en alles wat in zich is, aanwent, om hun wel-
zijn te bevorderen. Ziet hoe eene teedere minnen-
de moeder haar zogende lieveling opkweekt, en
slapeloze nachten haar laat welgevallen, wanneer
het tot den welstand van haar kind dienstig is. —
Hoe wijs en goed is God, die zoo merkbaar voor
den mensch reeds bij zijne eerste intreede in de
wereld zorgt.
52.
Daar zijn menschen, die vol van fraaiklinkende
redeneringen, zich zeer te onvrede betoonen en
zeggen, dat men de vorsten en overheden gene