Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
rest met de helft van de som der getallen a, i en c vermenigvuldigt?
§ 13. Ingevolge het gezegde aan het slot van § 9 kan men
eiken algebraisehen vorm door een enkele letter voorstellen; deze
letter duidt dan de waarde aan, die de gegeven vorm verkrijgt,
indien men aan de letters waaruit hij is samengesteld, bepaalde
waarden toekent. De waarde van den geheelen vorm is natuurlijk
afhankelijk van de waarde der enkele letters en van de wijze van
samenstelling van den vorm; zoodat, als men uit de letters a, h,
c en É? verschilllende algebraïsche vormen samenstelt, deze alle
verschillende waarden zullen hebben, als de letters dezelfde waar-
den blijven behouden. Heeft men bijv. de verschillende vormen :
x — a + h — c + rf
y=.a + h — {c + d)
c — d
en onderstelt men dat a=10, ä = 20, c=5, d—'i is, dan
vindt men voor den eersten vorm:
a: = 10 + 20 —5-1-2 = 32—5 = 87,
voor den tweeden :
y = 10-|-30 —(5-f-2) = 28,
voor den derden:
2 ==(10+ 20) (5+ 2) = 30 X 7 = 210.
en voor den vierden:
5 — 2 ~ 3
Het is van zeer veel belang zich vlijtig te oefenen in het be-
rekenen van de waarde der algebraïsche vormen, omdat deze
oefening een zeer gemakkelijk middel is om die vormen te leeren
lezen en verstaan. Wij zullen dus vooraf door een voorbeeld aan-
toonen, hoe men in dezen te werk moet gaan en dan eenige
voorstellen tot eigen oefening laten volgen.
Voorbeeld. De waarde te bepalen van den vorm :
i(3ag—2i^g)(6a8—458) + (2a—^)}(10gc —43^)
(2a — c)3 + (4a + 4 — 2c)2;
als daarin a=10, 4 = 5, c=15 genomen wordt.