Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
185
de getalvormen x^—30 en «24.26 begrepen zijn, en dat de
waarde heeft van dertien een en twintigste deelen.
57°. Indien van twee getallen ^ van het eerste gelijk is aan
van het tweede; en nadat men het eerste getal met 3 vermin-
derd en het tweede met 3 vermeerderd heeft, 5-maal het verschil
dier nieuwe getallen gelijk is aan hun som, welke zijn dan die
getallen?
58'. Een som van 27000 Gld. moet onder vijf personen zoo-
danig verdeeld worden, dat B 4Ü0 Gld. minder ontvangt dan
maal het aandeel van A; C het ^ van het aandeel van A en B
met nog 180 Gld.; D het ^ van het aandeel van A en C ver-
minderd met 4 van het aandeel van B, en E het 4 van hetgeen
de overigen te zamen ontvangen met nog 500 Gld. Hoeveel be-
draagt ieders aandeel?
59°. A heeft zoveel guldens als B stuivers. Geeft A aan 5
99 guldens, dan bekomt deze zooveel stuivers als centen over-
houdt; hoeveel heeft elk?
60°. Een bode, welke reeds vóór 10 dagen van zekere plaats
afgereisd was, wordt uit dezelfde plaats een andere bode achterna
gezonden. Wanneer nu de eerste bode dagelijks 4, en de andere
9 mijlen aflegt, in hoeveel dagen zal de tweede den eersten dan
inhalen ?
61°. Maar in hoeveel dagen zal de tweede bode uit het voor-
gaande vraagstuk den eersten inhalen, wanneer men van de snel-
heden alleen weet, dat die van den eersten staat tot die van den
tweeden als 16 : 5?
62°. Uit zekere plaats wordt een bode afgezonden, welke alle
5 uren 7 mijlen aflegt; 8 uren na zijn afreize wordt hem een
andere bode nagezonden en deze moet, om den eersten in te
halen, alle 3 uren 5 mijlen afleggen. Wanneer zal de tweede den
eersten inhalen ?
63°. Wanneer alles blijft als in het vorige vraagstuk, met dit
onderscheid, dat de eerste postbode van een plaats vertrekt, 8
mijlen meer voorwaarts gelegen, na hoeveel uren zou dan de
tweede den eersten inhalen ?
64°. Twee plaatsen A en B liggen a mijlen van elkander. Uit
B vertrekt een bode oostwaarts. die c mijlen in d uren aflegt; i