Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
164
terwijl de oorzaak waardoor beide O worden, verdwijnt. Is bijv.
in de vergelijking:
B
5 = 6(a—Ä) en A = %{a—h) dan is:
^a-b)
Hebben nu in eenig vraagstuk a en 6 gelijke waarden, dan is
a—b == O, en dus :
O
Deelt men echter vooraf teller en noemer van onze breuk door
a—b, den factor die O wordt, als a — b is, dan vindt men:
zoodat hier - niet onbepaald, maar gelijk 2 is.
Verkrijgt men door de oplossing van een algemeen vraagstuk
voor de waarde van de onbekende:
a2J_a6—262
en moet daarin, om de waarde van x te vinden, in eenig bij-
zonder geval, a= t en 6 = 1, genomen worden, dan wordt:
1-1-1—2 O
en dus schijnbaar onbepaald; de gevonden vorm is echter deel-
baar door a — b, en daar deze factor O wordt als a — b = \
genomen wordt, is het alleen door dezen factor dat teller en
noemer beide O worden; vereenvoudigt men derhalve vooraf den
gevonden vorm, dan vindt men :
a+26
X '■ -,
a-4-6
en door nu a = bz=. \ te nemen, komt er:
3 1,
Had men op dezelfde wijze gevonden: