Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
4°. Hoe kan men een breuk herleiden tot een andere breuk,
die een gegeven teller heeft?
5°. Wat verstaat men door het omkeeren eener breuk, en hoe-
veel maal wordt zij daardoor grooter of kleiner?
6°. Wat is het quotiënt als men de eenheid deelt door een
breuk?
7°. Hoe zou men het quotiënt kunnen vinden van -twee gelijk-
namige breuken?
8°. Wat is de som en het verschil van twee breuken, die gelijke
tellers en onderling ondeelbare noemers hebben? ^
9°. Druk de verschillende gevallen, die bij de vermenigvuldi-
ging van algebraïsche breuken kunnen voorkomen, door for-
mules uit?
10°. Doe ditzelfde ten opzichte van de deeling.
11°. Zou men den regel voor de deeling van breuken niet op een
andere manier kunnen bewijzen, dan in § 83 gedaan is?
12°. Is de uitdrukking a° ook een macht van a?
13°. Hoe kan men den regel voor de machtsverhefiSng van breuken
door een formule^ voorstellen ?
14°. Wanneer men een onvereenvoudigbare breuk tot zekere macht
verheft, is deze macht ook onvereenvoudigbaar. Hoe bewijst
men deze stelling?
15°. Waarom zijn in de verschillende machten van a—h de even
termen alle negatief?
16°. Druk de bepaling voor den wortel van een getal, in § 102
gegeven, door een formule uit.
17°. Wat leeren ons de formules an — m en afhPcfdP =
ahcd'i
18°. Door welke formule kan men de worteltrekking uit breuken
voorstellen ?
19°. Wanneer men den wortel uit een getal of uit een vorm tot
de tweede macht verheft, wat komt er dan?
20°. De hoeveelste termen zijnde middelste van: {a
(5ax—Sxf*, (a—(2a—i)», (5;?+3?)i''?
21°. Door welke uitdrukking wordt het ranggetal voorgesteld van
de middelste termen van de ontwikkeling van: {x + y'f",
(a—(X—.y)6«-7 en (fl + 5)»?