Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: I
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1890
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204991
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
ter wonen mo(n)nilk)ken. Wat smaken die
perzi(k)ken Ie(k)ker! Die ma(n)nen en
vrou(w)wen reizen op de kermi(s)sen. Mijn
zusje lieeft de maze(l)len. De leeuweri(,k)ken
zijn nu(t)tig. Wij eten aarda(p)pe(l)len met
worte(l)len. De mo(ö)se{l)len zijn goedkoop.
Yader bezoekt zijne ke(n)ni(s)sen. In die
stad wonen veel notari(s)sen. De eieren van
de kievi(t)ten worden duur betaald. Daar
loopen drie IIendri(k)ken. De sclai(l)letje8
van de graanko(r)rels lieeten zeme(l)len.
99.
Wy moeten in de school niet ba(b)be(r)len.
Zij schate(r)ren van lachen. Gaat gij mede
wande(l)len? Hoepe(l)len is een pre(t)tig
spel. De muizen kna(b)be(l)len aan het
papier. Wie houdt er niet van scho(m)me(l)-
len? De meisjes bi(k)ke(l)len graag. De
schu(t)ters tro(m)me(l)len. Als het water
gaat koken, begint het te bo(r)re(l)len.
De gas(,t)ten ra(m)me(l)len aan de deu(r)ren.
De golfjes ka(b)belen tegen de boot. Wat
sparte(l)len die vi(s)schen in de ne(t)ten!
De veu(l)lens darte(l)len in de weide. Mijne
ooms handeU)len in hui(d)den.