Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: I
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1890
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204991
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
zijn vijf too(n)iien. De ba(k)ker kleedt mijn
zusje aan. Bx'ood brengt de ba(k)ker. Er
liggen wel twintig ba(l)len rijst op dien
wagen. Die kinderen spelen met badilen.
Moeder doet twee scbe(p)pen kolen in de
kachel. Varen er veel scheip)pen door de
sluis? Er staan in deze school twee scho(t)ten.
Die jager lost twee scho(t)ten. De" grutter
gebruikt ma(t)ten. Oi^ den grond liggen de
ma^tHen.
»5.
De ra(m)men loopen in de weide. Er
staan hooge ra(m)men in de kerk. De vlag
Avaait uit den to(r)ren. De to(r)ren loopen
op de bladeren. De slagers ha(k)ken het
vleesch fijn. Aan eene jurk zijn veel ha(k)ken.
Staan er veel kra(m)inen op de kermis?
Er zitten drie kra^mjmen in den muur. Er
staan va(t)ten op dat schijD. De agenten
zullen den dief wel va(t)ten. De mo(l)len
wroeten in den tuin. Is dat een koren-
]iio(l)len? Het gras begint al te do^rjren.
Die do(r)ren zal u steken, hoor!
96.
Hoort gij dat hout kua(^^p)pen? Die