Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: I
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1890
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204991
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
. . eur. De .. est staat in de stoof. De man
heeft .. aar nu .. ien .. agen gewerkt. .. irk
.. immerde in den .. uin een hok voor de
.. uiven. De . . ief steelt de .. ulpen uit den
.. uin. In den ouden .. ijd droeg men hooge
. . assen. In hare .. rift breekt zij den .. raad.
39.
(J of f.
Ia .. ezen .. uren .. yd .. urft . . oon niet
om eene .. asch vragen. In den . . room
.. enkt de mensch. Zestien . . uiten was een
.. ubbeltje. De meid sloeg de muis met de
. . ang .. ood. Het water wordt . . oor . . am-
men en .. yken .. egengehouden. De .. olk
. .rof den .. eugniet. Wilde . . ieren maakt
men somtijds . . am. Het . . ak . . ekt de
woning. Het paard heeft een nieuw .. uig
en eenen nieuwen . . oom.
40.
ƒ of r.
Op het .. eest .. iel .. eel te hooren. De
bloemen op het . . eld zien er . . risch uit.
De .. erver . . erft de . . usten. Die jongen
maakt . . eel . . outen. . . rits . . ing. eenen
.. isch in den .. liet. De . . ogeltjes . . liegen
.. rank en .. rij rond. Het . . el . . an dien