Boekgegevens
Titel: Leer- en leesboek der algemeene geschiedenis
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Kannegieser, Otto; Huberts, W.J.A.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1865 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 671 C 66,67
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204978
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leer- en leesboek der algemeene geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
136
NIEUWE GESCHIEDENIS. AFD. I.
wijzen reeds vroeger bekend schijnt geweest te zijn. Het alge-
meen in gebruik komen van het kompas maakte het mogelijk om
verre reizen, zelfs in onbekende zeeën, te ondernemen, zoodat
men zich niet alleen meer aan kustvaart behoefde te houden.
Het buskruid. Dit was waarschijnlijk reeds aan de Chine-
zen, Indiërs en Arabieren bekend; intusschen verhaalt men dat
het geheel onafliankelijk van deze volken in het midden der
14de eeuw door een Duitsch monnik zou uitgevonden zijn;
het jaar waarin, en de naam van den man door wien het uitge-
vonden werd, zijn niet met zekerheid te bepalen. Hij heette
Barthold Schwarz of Constantijn Ancklitzes, en vond het uit te
Freiburg, Gozlar, Keulen, Mainz of Neurenburg. Het kwam
spoedig in algemeen gebruik en veroorzaakte eene geheele om-
keering in het krijgswezen, waardoor de groote macht der rid-
ders verdween. In plaats daarvan traden nn huurbenden en ein-
delijk staande legers op, waardoor de vorsten hun aanzien ont-
zaggelijk wisten te verheffen. Het schietgeweer werd waarschijn-
lijk eerstin 1640 in Frankrijk uitgevonden, terwijl men vóór
dien tijd slechts kanonnen en zeer zware bussen en musketten
gebruikte. Het gebruik van het geweer werd het eerst algemeen
in de Nederlanden ingevoerd ongeveer 1670.
De boekdrukkunst. In de l4de eeuw had men reeds de
kunst ontdekt om in hout te snijden. Laurens Koster te Haar-
lem vond ongeveer 1430 toevallig de kunst uit om in hout te
snijden en daarmede geheele bladzijden en boeken te drukken.
De eerst gedrukte boeken waren „de spieghel onser behoude-
nisse," de Bijbel en eene Latijnsche spraakkunst. Johan Gutten-
berg (Gänzenfleisch, uit het geslacht Sorgenloch) schijnt het
eerst de kunst verstaan te hebben om met losse letters, welke
hij tot woorden en volzinnen zamenvoegde, te drukken, terwijl
Koster geheele bladzijden op één houten blok sneed. Hierom
betwisten de Duitsehers aan Nederland de eer der uitvinding.
Met den goudsmid Johan Fust en Peter Schöffer volmaakte Gut-
tenberg de boekdrukkunst; Schöffer vond de drukinkt en een
metaalmengsel uit, waaruit letters konden gegoten worden. De
in den beginne geheim gehouden kunst werd spoedig bekend,
toen vele drukkers uit Mainz zich naar andere streken begaven.
Door de boekdrukkunst werden de boeken goedkooper, vooral
toen men papier dat van linnen en katoen gemaakt werd, in
plaats van het kostbare perkament gebruikte, zoodat het geringe