Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1868
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 4e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204952
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
33. Een slager slacht een' os en verkoopt dien op de
volgende voorwaarde. Hij geeft 1000 'S voor niets, maar
laat de overige vleeseh betalen met ƒ 3 en 't vet met
ƒ 5 Va 't "ffi. Als nu 't « door elkander 50 cents kost
en 't vleeseh tot het vet staat als 8: 1, vraagt men naar
de zwaarte van den os.
24. A. li. en C. koopen te zamen eenig land, dat jaar-
lijks / 360 zuiver opbrengt. Zoo A. en C. zamen tot den
koop ƒ 4000 bijdragen en B., die daartoe / 500 meer
geeft dan A., '/s tle opbrengst ontvangt, hoeveel be-
drasgt dan de koopprijs van 't ^land ?
25. Zuiver goud heeft een gehalte van 24 karaat, de
karaat wordt verdeeld in 12 penningen. Hoeveel goud van
22 karaat en 3 penningen zal men bij 11 ons goud van
17 karaat moeten doen, om 't mengsel op een gehalte
van 19 karaat te brengen?
26. Een koopman heeft 6000 "ffi waren gekocht tegen
25 cents 't "ÏS, en betaalt bij den inkoop eenige onkosten.
Bij den verkoop wint hij 12'/^ pCt., doch hij zou 20°/^^
gewonnen hebben als hij geen onkosten had betaald. Be-
reken hieruit, hoeveel die onkosten beliepen.
27. Op eene weide staat een schaap aan een touw dat
1,75 el lang is, en heeft dan voor 1,5 dag gras genoeg.
Zoo men 't nu gezet had aan een touw, dat viAnaal zoo
lang was : hoeveel dagen had het dan gras gehad ?
28. Iemand zendt een' kousewever 8 'ffi (Amst.) wol,
waarvan deze hem kousen moet weven, terwijl de wever
voor 't loon wol terug houdt. Hoeveel paar kousen zal
hij dus leveren als 't weefloon van een paar 97» stuiver
is, eeu "ttl wol ƒ 3.— geldt en een paar kousen 12 oude
looden weegt? (1 <2 = 32 lood.)
29. Een smid legt banden om de wielen vau een rijtuig.
De voorwielen hebben 98 duim middellijn en de achterwielen
112 duim. Als nu de banden 8 duim breed en 1,5 duim
dik zijn; hoeveel wegen dan de vier banden? (IJzer = 7,8.)