Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1868
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 4e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204952
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
nu den inhoud en de oppervlakte van dien grooten kubus
berekenen ?
183. Om een' regenbak, die 240 vaten water kan be-
vatten, over kruis 13 el te maken, werken 8 arbeiders
12 dagen; hoe diep zal een andere regenbak zijn van 77-2
el lang en 3 el breed, waaraan 18 man gedurende 6 dagen
arbeiden ?
184. Iemand zet twee kapitalen uit, te weten ƒ 3000
voor 5 jaar en ƒ 7000 voor 3 jaar, het eerste zooveel boven
de 5 proe. als 't laatste er beneden gerekend is. Zoo de
interest van beide kapitalen evenveel bedraagt, vraagt men,
tegen hoeveel ten honderd 's jaars ieder kapitaal gerekend is.
185. In 't aehttallige stelsel geschreven bedraagt het
aantal cents, dat iemand bezit 141520. Men vraagt het
getal rijksdaalders, dat die persoon bezit, uit te drukken
in 't vijftallige stelsel.
186. Een vat heeft drie kranen. Door kraan A. kan 't
leeg loopen in 18 uren; door kraan B. in 24 en door kraan
C. in 36 uren. Men doet het vol water en zet kraan
A. open gedurende V/^ uur; daarna opent men ook kraan
B. en na l'/^ "ur opent men ook de derde kraan. In
hoeveel uren zal 't vat nu leêggeloopen zijn?
187. Iemand koopt 2500 Ned. 'B! koopwaren, met tarra
4 van 't 100, tegen ƒ 1,25 't halve Ned. « met 1%
korting en °/o courtage, terwijl hij nog 117 gulden
andere onkosten heeft. Hij verkoopt de 50 Amsterdamsche
'ffi voor ƒ 75, te betalen over 9 maanden. Hoeveel ten
honderd heeft hij nu in 't jaar gewonnen?
188. Iemand heeft eene boerderij verkocht en voor dc
opbrengst daarvan 2'/a procents Holl. effecten gekocht,
tegen den koers van 66 proc., terwijl de makelaar '/g °/o
provisie rekent. Indien hij nu juist ƒ 165 's maands aan
rente trekt, voor hoeveel heeft hij dan de boerderij verkocht?