Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1868
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 4e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204952
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
zijn geld, waarna zij beiden evenveel bezitten. Hoeveel
bezat A. bij 't begin van den handel?
152. Een vierzijdig prisma, 12 palm hoog, en waarvan
't gi'ondvlak 4 palm lang en 3 palm breed is, wordt vol-
gens ëén der diagonalen van 't grondvlak doorgesneden.
Zoudt gij nn de oppervlakte der beide deelen zamen kun-
nen berekenen?
153. Als men onder 1,5 ^ fijn zilver een half ^ geel
koper smelt: AVelk gehalte heeft dan 't zilver: 2^ Als
't specifiek gewicht van 't zilver 10,5 en van 't geel koper
3,4 ^ is: hoeveel is dan 't soortelijk gewicht van 't mengsel?
154. Van zekere tafel is 't blad zonder den rand
8,16 □ el groot, terwijl de rand 8 duim breed is. Wan-
neer nu de lengte van 't binnenvlak gelijk is aan anderhalf-
maal de breedte: zoudt gij dan kunnen berekenen, hoeveel
□ duim de rand groot is ?
155. Een zilversmid koopt een stuk goud van 11 lood
voor 220 gulden en een stuk zilver van 16 lood voor ƒ 20.
Tan een gedeelte dezer beide stukken maakt hij een' beker
ter waarde van ƒ 172,50 , en van 't overschot een deksel op
dien beker, ter innerlijke waarde van 9 gulden 't lood. Hoeveel
goud en zilver zijn voor beker en deksel ieder in 't bijzon-
der genomen ?
156. Eene breuk, waarvan teller en noemer 7 verschillen .
wordt door omkeering maal zoo groot. Welke is die
breuk ?
157. Een korenkooper verkoopt van eene partij tarwe,
eei-st de eene helft a 15 gulden en daarna de andere helft
tegen ƒ 13 de mud , zoodat hij op 3 mud van de eerste
helft zooveel wint, als hij op 2 mud van de tweede helft
verliest. Als hij nu in 't geheel ƒ 12 verliest; hoe groot
is dan de partij?
158. Een regements-kleêrmaker moet een bepaald getal
uniformen leveren , waartoe hij 253 meters laken noodig heeft.