Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1868
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 4e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204952
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
hij uu in 't geheel / 520 interest betaalt; hoeveel heeft hij
*lan van ieder geleend?
145, Iemand kooi)t eenige vaten suiker, wegende te
zamen 3ß00 kilo voor ƒ 2160. Hij verkoopt daarvan een
gedeelte aan A. tegen 70 cents 't doch is door daling
genoodzaakt de rest aan E. te verkoopen a 55 cents. Als
hij nu bevindt uog ƒ 193 gewonnen te hebben; hoeveel
heeft bij dan aan ieder verkocht?
146. Een koopman heeft twee stukken laken van ge-
lijken prijs per el; doch de lengte van 't eerste staat tot
die van 't laatste als 1:3. Als hij de el van 't eerste
verkoopt tegen ƒ 6 en van 't tweede tegen ƒ 4,50, dan
verliest hij 5 rijksdaalders; doch kon hij beide stukken ver-
koopen tegen / 5,50 de el, dan zou hij ƒ 50 winnen.
Hoe lang is ieder stuk?
147. A. leent aan B. voor den tijd van 8 maanden,
eene zekere som u 4 's jaars, en ontvangt daarvan aan
interest 4 gulden meer dau V^^j doel van 't kapitaal. Hoe-
veel heeft A. geleend?
148. De jaren van twee personen staan tot elkander
nis 8 : 11. Indien de jongste 5 Jaar ouder en de oudste
8 jaar ouder was, dan stond de ouderdom des eenen tot
dien des anderen als 7 : 10. Zoudt gij hieruit ieders
ouderdom kunnen bepalen ?
149. Om eene ronde tafel kunnen 11 personen zitten.
als ieder 6 palm plaats beslaat. Hoeveel zal 't blad van
die tafel kosten als de □ palm op 10 cents gerekend wordt?
150. A. is aan B. schuldig / 3600, te betalen over 9
jnaanden. Na 5 maanden evenwel betaalt hij reeds een
gedeelte; onder voorwaarde, dat hij de rest dan nog 10
maanden kan houden, waardoor geen van beiden schade
lijdt. Welke som heeft A. na vijf maanden betaald ?
151. Twee personen drijven handel. A. handelt met
ƒ 600 meer dan E.; doch A. wint 10 en B. 20 pC. met