Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
85.
beginne. Maar we zullen heel wat anders zien, als dezelfde moeder
haar kind aan den onderwijzer overgeeft en hem tevens de zondeUjst
van haar kind met weerzin overhandigt. — „Ja, de knaap is wel niet
bijzonder vlijtig en oplettend, maar hij is ook nog zoo jong en
moet niet te sterk aangezet worden; 't is waar, dat hij dikwijls onge-
hoorzaam en eigenzinnig is, doeh zij weet ook, dat hij er achterna
altoos berouw over heeft. Ze moet zelve bekennen, dat haar dochtertje
zeer voorbarig en neuswijs is, maar zij is tevens volkomen over-
tuigd, dat haar kind daar in 't geheel geen kwaad bij denkt, 't Is
waar, de knaap heeft dikwijls gelogen en is zeer twistziek; maar
hij zegt aUeen uit angst of overdreven schaamte een onwaarheid,
hij heeft te veel eergevoel en is wat heel prikkelbaar, weet u."
En zoo gaat het voort, tot bij slot van rekening de kleine aange-
klaagde een halve God wordt. Is soms een moeder nog zoo kor-
daat, den onderwijzer in tegenwoordigheid van haar kind te zeggen,
dat hij 't maar streng onder de plak moet houden, dan weet hij
toch opperbest, wat hij daarvan denken moet, hoe hij dat te
verklaren heeft.
156.
't Is, dunkt mij, heel wel te verklaren, waarom ouders, ook nog
buiten den invloed eener modegril, tot de dwaasheid vervallen van
hun kinderen vroeg groot te maken. De opvoeding van een kind
is, als 't ware, een groot kunststuk, een meesterstuk, zoo zij gelukt;
dat meesterstuk wordt gewerkt naar 't ideaal, dat ieder vader of
moeder onwillekeurig voor den geest zweeft. Maar gelijk groote
meesters naar 't oogenblik reikhalzen, dat ze hun ideaal op het doek
of in 't marmer verwezenlijkt zien, zoo reikhalst ieder ouder naar
het tijdstip, waarop zijn kind wezen zal, wat het worden moet. Niet
ten onregte zegt men, dat een kind onder wenschen groot wordt.
„Kon Jantje al loopen," zegt de moeder van haar zuigeling.
„Kon Jantje eens pa zeggen!" zegt vader van Jantje, die loopt.
„Kon Jantje haast in de broek!" zegt moeder van Jantje, die pa zegt.
„Ging Jantje haast naar school!" zegt vader van Jantje, die in
de broek is.
En met dat ongeduld wilde men de jaren, die zoo regelmatig en
rustig voorbijgaan, wel vooruitdringen en nog een lokomotief span-
nen voor de zonkaros. Maar in 't geen wij reikhalzend verlangen,
vergenoegen wij menschen ons dikwijls met den schijn, waar het