Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
84.
ziüt ia de kinderen zoo gaarne een inbegrip van alle volkomenhe-
den en kiemen van toekomstige grootheid, ja zij geeft zoo graag
nog een mooijen glimp aan de ernstigste gebreken. Ze noemt
den leugen: slimheid; koppigheid: sterke wilskracht; gemeenheid:
genie; onbescheidenheid: kinderachtigheid; voorbarig spreken: gees-
tigheid, enz.
Die verblinde liefde, welke voor de gebreken verklein-, voor de
deugden echter vergrootglazen heeft, heeft de treurigste gevolgen.
Zij juist is het, die zoo dikwerf verkeerde beroepskeuzen uitlokt,
keuzen, die 't echte genie ketenen aanleggen en 't alledaagsch ver-
stand vleugels verschaffen willen; zij is het, die 't vijandigst tegen-
over dc school staat, 't werken en straffen des onderwijzers miskent en
op diens waarschuwingen geen acht slaat. Die liefde is het ook,
welke ondank zaait, omdat zij gemeenheid verontschuldigt, ongezeg-
gelijkheid en weerspannigheid verschoont, gelukkige vorderingen het
kind toerekent, gapingen in weten en kunnen eenvoudig op reke-
ning vau den onderwijzer schrijft.
155.
Gingen toch de ouders, in 't bijzonder onze teerhartige moe-
ders, in de zorg voor den psychischen mensch slechts half zoo op-
lettend en behoedzaam te werk, als bij alles, wat het welzijn des
ligchaams betreft. Hoe angstvallig wordt dikwijls voor 't volkomen
gezonde kiud het ligehamelijk voedsel uitgezocht en afgepast,
terwijl men het speelgoed in overvloed geeft en. juist daardoor de
kiem tot toekomstige albegeerigheid legt; hoe zorgvuldig^ behoedt men
den lieveling tegen ieder togtje, tegen elke verhitting, terwijl men
onverschillig blijft bij de keuze van de kameraadjes der kleinen, als
die maar van goeden huize zijn. En als er zich ziekteverschijn-
selen voordoen! Wanneer de kleine troetelpop over hoofd en buik-
pijn klaagt, hoe bezorgd ijlt men dan naar den dokter, hoe verlangt
men naar zijn bezoek! Zelden, zeer zelden daarentegen komt het
denzelfdcn angstigen ouders in den zin, over zich vertoonende ziels-
gebreken cn zwakheden met den onderwijzer te spreken en gemeen-
schappelijk met hem een operatieplan te ontwerpen.
Sla eens de moeder van een ziek kind gade. Zie, hoe ze tegen-
over den arts ieder ziekteverschijnsel vergroot, elke pijp en ieder
zuehtjen overdrijft, opdat de dokter tocli spoedig en zeer veel
voorschrijve cn met allen mogelijken ijver den strijd tegen dc ziekte