Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
149.
Een treffende overeenstemming is er tnssehen het pas aangevoerde
en de opmerkelijke woorden, die men in den „Emile" vindt tegen
de gewone methode «van 't onderwijs in de meetkunde. Zie hier:
„'t Zal wel waar zijn, dat de meetkunde niet onder de bevatting der
kinderen valt; maar dat is onze sehuld. Wij willen maar niet begrij-
pen, dat onze methode niet de hunne is; dat, hetgeen bij ons de
kunst van redenering of bespiegeling wordt, voor hen niets anders
dan de kunst van zien kan en moet zijn. In plaats van hun onze
methode op te dringen, zouden wij beter doen, met hun methode
over te nemen. Onze manier, om de meetkunde te leerén, wortelt
evenzeer in de verbeelding als in het denkvermogen. Wanneer een
stelling gegeven is, moeten wij het bewijs door de kracht onzer
voorstelling er voor trachten te vinden, d. i. trachten op te spo-
ren, van welke reeds bekende stelling of waarheid de nu gege-
vene een uitvloeisel is, en welke van alle gevolgen, die men er uit
kan afleiden, juist datgene is, 't welk men voor 't gegeven geval
noodig heeft.
Zoo kan het zeer ligt gebeuren, dat de knapste denker vast blijft
zitten, wanneer hij niet inventief is. Wat geschiedt daarom maar
al te dikwerf? Wel, dat men, in plaats van om zelf de bewijzen
te doen vinden, ons ze voorzegt of dikteert, — dat, in plaats van
ons tc leeren redeneren, de meester voor ons redeneert en alleen
ons geheugen oefent."
150.
Karl von Raumer vertelt in zijn Opvocdingsgeschiedenis, dat zijn
vader eens de manier, waarop de onderwijzer pennen vermaakte,
in tegenwoordigheid van hem, als knaap, afkeurde. Die beris-
ping , voegt hij er bij, deed mij voor de eerste maal aan 's onder-
wijzers volkomenheid twijfelen.
Eedachten toeh alle ouders, welke uitwerking ieder hunner oor-
deelvellingen over den onderwijzer op de kinderen kan hebben!
Hun smaadredenen zijn ruwe vuistslagen, waarmee zij een beeld
verbrijzelen, dat geloof cn liefde wrochten , vuistslagen, waarmee zij
maar al te spoedig hun eigen borst treffen.
Intusschen mag ieder onderwijzer wèl ter harte nemen, dat ook
hij voor zijn deel is geroepen, door eigen leven en werken achting
6