Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
78.
telijk te gehoorzamen. Elke sehoolstraf van eenige beteekenis moest
bovendien door de goedkeuring van een soort van jury of gezwore-
nen worden bekrachtigd.
Wat dunkt u daarvan? Dragen die ideeën niet den onloochenbaren
stempel, van in de studeerkamer uitgebroeid te zijn? Zouden ze met
mogelijkheid in 't hoofd van een echten schoolman kunnen op-
komen ?
144.
Ik herinner mij nog levendig, hoe vroeger in menig school de
mededeeling der schoolwetten altoos met deze woorden begon: „Zoo
als een wèl ingerigte staat wetten moet hebben, zoo kunnen ook
de scholen, die staten in het klein, de wetten niet ontberen." De
lieve jeugd hoorde die vergelijking met groote zielekalmte aan, zon-
der er iets bijzonders bij te denken. Geen wonder ook. Een ge-
schreven wet is voor kinderen iets bloot uiterlijks en daarom ver-
keerd; de consequente, ernstige onderwijzer is door woord en voorbeeld
de levende wet, en als hij de ware man is, dan behoeft de school
in dezen niets meer. 't Is een groote misslag, een zuiver paeda-
gogische betrekking in een juridische te veranderen, neen, te
verdraaijen.
145.
Er zijn nog altijd onderwijzers, die zonder behoorlijke voorbe-
reiding in de school komen en hun werk op goed geluk af begin-
nen, precies alsof het gelijk stond met de uitoefening van een hand-
werk. En toch is 't zeker, dat er geen behoorlijk zamenhangend,
aanschouwelijk onderwijs, geen onderwijs zonder gapingen mogelijk
is zonder naauwgezette voorbereiding. Dat deze zoo dikwijls wordt
verzuimd, heeft misschien zijn grond in traagheid en gebrek aan
ware beroepsliefde, of wol in overdreven zelfvertrouwen, zoo niet
eigenwaan. Velen meenen al ligt genoeg te weten, om zonder voor-
bereiding aan kinderen wat te vertellen. Och ja, dat is ook zoo!
Wie zou niet zooveel weten, dat hij kinderen iets vertellen kon!
Maar dat onderwijzen is: altoos het regte op de regte wijze mede-
deelen, — dat schijnt sommigen zelfs in den droom niet in te vallen.
146.
De voorbereiding tot de les heeft een dubbele strekking. Voor-
eerst bepaalt zij zich tot het wat? of de stof, en daarna tot het