Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
164.
Geen verstandig mensch zal aan 't onderwijzersberoep of den onder-
wijzersstand zijn achting onthouden of de groote verdiensten er van
niet erkennen.
Als echter een jongeling, die pas in de school en in de wereld
komt kijken, zich krachtens die hooge waarde van zijn beroep met
de hoop op persoonlijke eerbetuigingen en uiterlijke bewijzen van
achting vleit, is dat zeer dom. Omdat den stand of 't beroep ach-
ting toekomt, mag hij daaruit nog niet het besluit trekken, dat
ook hij een behoorlijke portie wierook voor eigen rekening mag
opsnuiven. Niet de stand of het beroep maakt den man en geeft
verdienste, maar alleen de wijze, waarop men 't waarneemt. -Wie
derhalve eerst sinds gisteren of eergisteren werkt, mag nog niet
verlangen, dat men hem met bijzondere bewijzen van achting beje-
gent en daardoor het einde bij 't begin plaatst. Achting wil, nog
meer dan liefde, verdiend, door langdurige inspanning verworven
worden.
Men ziet jonge onderwijzers, die met groote verwachtingen en hoo-
ge eischen hun ambt aanvaarden en die, wijl zij altijd gehoord heb-
ben, dat hun beroep schoon en gewigtig is, al dadelijk zich zeiven
voor zeer gewigtige personen houden, die men niet eerbiedig genoeg
kan bejegenen. Voor zulke jonge lieden geldt het: „Buk u, buk
u!" van Franklin. Ongelukkig luisteren de meesten van hen er niet
naar en willen liever door een duchtigen stoot teregtgezet worden.
De wereld speelt in dezen graag voor tuchtmeester; maar zij oefent
haar ambt niet zelden op een zeer onzachte wijze uit en komt bo-
vendien dikwijls-met haar moraal te laat.
143.
Voor lange jaren schreef een filantroop een%oek, waarin hij
meende aan te toonen, hoe onze barbaarsehe schooltucht einde-
lijk in een humane veranderd kon worden.
Naar ziju voorstel moesten de schoolwetten bij wijze van kateehi-
seren aan de lieve jeugd ontlokt en door middel van logische be-
sluiten door haar als noodzakelijk erkend worden. Dan zouden de
jonge beeren wel niet zoo zeer hun onderwijzers, maar dan toch
hun opzigters zelf kiezen en ten laatste met de hand op 't hart plegtig
beloven, de eigen gemaakte wetten en zelf gekozen opzigters stip-