Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
7fi
hij leert door 't ouderwijzen. Hij wordt steeds rijper, naarmate hij
de verschillende tijdperken van ontwikkeling doorloopt; anderen
daarentegen blijven, in spijt van alle bijzondere maatregelen en te-
regtwijzingen, toch nagenoeg dezelfden of liever, ze gaan den kreef-
tengang.
Een onderwyzer, die voor zijn beroep leeft, die er voor strijdt en
werkt, voere men slechts geestelijk voedsel toe; verder late men
hem gerust zijn gang gaan, en alles zal zich wel ten goede schikken.
Ook voor hem geldt het antwoord, dat knappe kooplieden den her-
tog de Choiseul gaven, toen deze vroeg, wat hij voor hen kon doen?
„Laissez-iwus faire''" (Laat ons maar begaan!) zeiden zij.
Misschien willen velen dit antwoord wel gaarne tot het hunne
maken, om het als een schild voor hun traagheid of onwetendheid
aan te wenden, maar dat zou hun niets baten. Zwijgt ook al dc
schoolopziener, waar een slechte school is, dan prediken toch de
kinderen het op straat. Een goede school en een goed onderwijzer
kunnen wel eens onbekend blijven, een slechte school nimmer.
Er is onderscheid tusschen opzigt en leiding. Het nut, dat het
opzigt geeft, is over 't geheel slechts negatief, slechts het verkeerde
cn booze afwerend; de leiding daarentegen werkt positief, en zal zij
waarlijk nut doen, dan veronderstelt zij niet alleen kennis van, maar
ook hart voor de zaak. Hadden alle onderwijzers spoedig dien trap
van degelijkheid bereikt, dat ze nog slechts leiding en geen opzigt
meer behoefden.
141.
Wat het toezigt over de school betreft, is er geen lastiger wezen
dau eeu ijcerig lid ('er sehoolkommissie, dat niet in 't inwendige,
eigenlijke schoolleven is ingewijd. Veel botsingen tusschen onder-
wijzer eu schooltoezigt hebben aan deu onverstandigen ijver van
't laatste haar oorsprong te danken.
Mij valt hierbij iets te binnen, dat plaats had tusschen zeker
sehoolkommissie en een zeer degelijk onderwijzer. De eerste had
gedurende een voormiddag de lessen bijgewoond en vroeg nu, vóór het
heengaan, bij monde van den president aan den onderwijzer: „Wees
zoo vriendelijk, ons uw schoolreglement te laten zien!" „Hier
staat het," antwoordde de onderwijzer, terwijl hij op zich zeiven
wees.