Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
onverbasterde volksgeest wantrouwt reeds bij voorbaat ieder nieu-
wigheid, op welk gebied ook; hij klemt zieh vast aan 't geen hem
door afkomst of gewoonte eigen is geworden. Zelfs het bijgeloof en
de schadelijkste vooroordeelen laten zich met beter gevolg middel-
lijk tegenwerken dan onmiddellijk, door verbod eu teregtwijzing.
Door blinde bekeeringswoede of door spot over ingewortelde be-
grippen en eigenaardige gebruiken des volks zal men geen vertrou-
wen winnen.
Die algemeene waarheid moet ook de onderwijzer niet vergeten,
vooral niet, als hij een nieuwen werkkring intreedt. Juist dan zijn
de eerste daden en woorden van 't grootste gewigt, want 't is niet
te loochenen, dat zij over zijn toekomstige verhouding tot de ge-
meente, over invloed, achting en vertrouwen beslissen. Begint de
nieuwe onderwijzer, al is hij ook met den besten wil bezield, met
hervormingen voor te slaan, — verkondigt hij dadelijk zijn ontevreden-
heid over de bestaande inrigtingen en toestanden, dan kan hij zeker
zijn, dat de meesten bedenkelijk 't hoofd zullen schudden en de uit-
spraken van den nieuwen profeet ongeloovig en wrevelig aathooren.
Doet hij daarbij hooge eischen voor zich zei ven, dan kan hij
vast overtuigd wezen, dat zijn voorganger in dezelfde mate wint
en stijgt, als hij zelf, in spijt van zijn besten wil, daalt, en dat
de tegenstand niet lang meer op zich zal laten wachten. Daarom
is het, op zijn best genomen, onverstandig gehandeld, wanneer de
jonge onderwijzer dadelijk alles, wat zijn voorganger gedaan heeft, en
de wijze, waarop hij 't gedaan heeft, met minachting bespreekt en
stoutweg verkondigt, dat alles nu anders en beter worden moet.
Wij durven hem integendeel aanraden, in zijn nieuwen werkkring
weinig te beloven, maar in stilte des temeer te doen, — elke nood-
zakelijke hervorming niet plotseling, maar langzamerhand in te voe-
ren en vooroordeelen niet uit 't open venster op straat te werpen,
waar iedereen ze weêr kan oprapen, maar hun stilletjes een ach-
terdeur te openen, waardoor ze ongemerkt kunnen ontsluipen.
139.
Gelijk er voor ieder dichter, geleerde of kunstenaar uren komen,
waarin hun scheppende kracht rust, — gelijk in 't algemeen alle
stervelingen aan lichte en donkere buijen, zoowel in 't stoffelijke als in 't
geestelijke leven, zijn onderworpen: zoo ook de onderwijzer. Hij heeft
niet altijd dezelfde kracht en lust voor zijn werk. Ligehamelijk en