Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
aanzijn meedoogenloos wordt besnoeid en reeds vroeg met ziju zwak-
ke kracht iets verdienen en zoo het huisgezin steunen moet, — leeft
het kind der hoogere standen in de volle waardering en ontwikke-
ling zijner individualiteit, als een middelpunt, waarom zich velen
dienend bewegen. Van hem wordt niets anders geëischt, dan dat hij
zich vrij ontwikkelt en amuzecrt; speelgoed van allerlei aard ver-
siert de vrolijke kinderkamei; niemand verlangt iets, ieder geeft,
en na de korte leeruren volgen rust, opwekkende belooning en aan-
gename afwisseling. Is ouder zulke omstandigheden de opmerking
nog noodig, dat daar, waar de zelfverloochening het gevoel van eigen-
waarde gebiedend overheerseht, het heilzame evenwigt der ontwikke-
ling evenzeer verbroken wordt, als daar, waar het individu te sterk
op den voorgrond treedt eu slechts eischen doet, niet er aan »oWo«^
137.
Wat volgt uit het voorgaande voor de school? Wat anders, dan
dat zij het eveuwigt herstellen moet. Zij late het kind des armen,
dat vroeg onder anderen en voor anderen leven moet, zich zelf bewust
worden, leere het zich zeiven achten, opdat zijn persoonlijkheid niet
onderga, opdat zijn geest zich tot vrije zelfstandigheid ontwikkele.
Terwijl zij leert, dat de orde in 't groote geheel als een heilige pligt
ernstig moet gehandhaafd en geëerbiedigd worden, leide zij 't kind er te-
vens toe,om vrolijk en dankbaar zich zeiven te gevoelen, met den blik naar
boven zich zijner menschenwaarde bewust te worden. Zij gewenne het
kiud des rijken en voornamen daarentegen met ernstige tucht en vol-
harding tot datgene, waartoe het ouderlijk huis zeldzamer gelegen-
heid aanbiedt: tot gehoorzaamheid, tot ontbering en tot zelfverloo-
chening, in één woord: tot bewustheid van 't gemeenschappelijk leven.
De werkelijke toepassing van dat alles is uiterst moeijelijk. Maar
er is reeds veel gewonnen, als men zich als onderwijzer zulke toe-
standen hel4er en duidelijk maakt; de gelegenheid en het natuur-
lijk gevoel zullen, wanneer maar 't hart op de regte plaats zit, 't ove-
rige wel doen. Ook hier is het woord des dichters waar: „Wat gij
niet gevoelt, dat zult gij nooit bereiken." •
138.
De kern des volks is van alle t h e o r i ë n afkeerig en laat zich
daardoor veel minder leeren dan door het leveud voorbeeld. Dc