Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
opvoeding eeu voortgezette duivelbiiuning [exorcismus) zijn!" Ik voeg
er bij: Welaan dan, maakt n op en zoekt mannen, die niet met
water, maar die met vuur eu den heiligen geest doopen. Hebt
gij'zulke mannen gevonden, houdt ze dan iu eere en schätze hoog.
135.
Een gebrek in vele onzer scholen is, dat ze aan de objektieve
methode een te groot gewigt toekennen, — voor ieder leervak be-
paalde leergangen, even als recepten, voorschrijven en daarbij de
persoonlijkheid des onderwijzers te weinig in aanmerking nemen.
Niets echter wreekt zich meer, dan een te lage schatting van de
subjektieve methode; want zij ontneemt den leeraar den spiegel,
waarin hij zich zclven met zijn denken, gevoelen en werken naauw-
lettend moet beschouwen. Zij leert hem integendeel, de oorzaak
van elke mislukking, van elke bedrogen hoop buiten zich ia plaats
van allereerst in zich zeiven te zoeken. Dat gebrek kan door een
dieper doordringen in de geschiedenis der opvoediug verholpen wor-
den, waut deze wijst rcgtstreeks op den magtigen invloed van het
persoonlijk karakter. Ieder opvoedkunde, die de objektieve methode
tc zeer huldigt, vernaauwt den kring harer werkzaamheid. Wij
allen weten, hoe verschillend de methoden en inzigten-zijn; welnu,
wat zal ik op den duur met een boek aanvangen, dat honderd an-
deren tegenspreken en op 't laatst ik zelf ook?
136.
Moet de opvoeding den mensch alleen als individu vormen, of
moet ze ook zijn betrekking in 't oog houden tot het menschcu-
geslacht? Met andere woorden: moet de mensch alleen als mensch
worden ontwikkeld of ook als lid der maatscliappij ? Niemand zal
aarzelen, 't laatste te beamen. Alzoo bestaat dan ook een hoofdbe-
zigheid des opvoeders hierin, dat hij zijn kweekelingen in 'zelfver-
loochening oefent, want zonder deze is 't maatschappelijk leven
een leugen.
Men bespeurt hier een zigtbaar onderscheid tusschea de kin-
deren des volks en die der meergegoeden, rijken of voorna-
men. Het kind des volks groeit in zelfverloochening op, gedwon-
gen door de levensomstandigheden der ouders. Terwijl het in
kleeding en voeding, in 't onschuldig genot vau eeu onbekommerd