Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
bare standvastigheid vereenigt, — hoe meer elke straf het aanzien
van een onvermijdelijke noodwendigheid verkrijgt, des te meer voor-
komt men overtredingen en misslagen.
Overigens helpt geen straf zonder liefde, liefde met ernst en
vastheid gepaard. Als men menig onderwijzer een spiegel voorhield,
terwijl hij strafte, zou hij niet zelden van zijn eigen gelaat schrik-
ken. Dikwijls toch zou hij daarop blinde drift in plaats van ernstige
verontwaardiging zien.
133.
Gustaaf Baur zegt aan 't slot zijner Opvoedingsleer: „Dc eerste
voorwaarde en dc zekerste waarborg voor 't gelukken van alle op-
voeding ligt in de persoonlijkheid des onderwijzers!"
Groote gaven of talenten kunnen wij niet scheuken. Maar door
dc opvoeding laat zich wel een flink karakter, een degelijk mensch
vormen. Zeker kan men door de opvoeding daarop werken, dat de
jongeling het onderwijzersberoep uit het juiste oogpunt beschouwt
cn er zich met heiligen ijver aan overgeeft. Wie dat betwijfelt
spreekt het bankroet der menschheid uit. Wie het niet betwijfelt,
die behoeft óok geen verder bewijs, dat de verheffing van het school-
wezen naauw zamenhangt met den geest dier scholen, waar jonge-
lingen tot onderwijzers worden opgeleid. De kweek- en normaal-
scholen in de eerste plaats moeten ons die mannen geven, die harten
vormen, dien edelen gloed ontsteken, welke wij voor ons volk en
onze scholen noodig hebben.
134.
De keuze van direkteuren en leeraren aan de kweek- en normaal-
scholen is in vele opzigten een levensvraag voor 't gedijen der
volksscholen. Slechts degelijke, knappe menschen kunnen de-
gelijke, knappe menschen vormen. De eischen, die wij aan hen
stellen, uit wier handen wij onze onderwijzers zullen ontvangen, zijn
inderdaad zeer hoog en moeten dat zijn. De leeraars der kweek-
scholen moeten onderwijzers bij uitnemendheid zijn, onderwijzers met
veel aangeboren talent, met heldere koppen en liefde voor de we-
tenschap, met innige liefde voor hun beroep, met een kalm gemoed
cn eindelijk en bovenal: met een open, rein karakter.
Steffens zegt: „Alle onderwijs moet een voortgezette doop, alle