Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
misgeboorten, die verderfelijk op de kinderen werken, omdat zij hen
uit hun natuurlijken kring en hun natuurlijke behoeften rukken.
130.
Ieder leeftijd heeft zijn eigenaardige deugden en gebreken. Een
opmerkzame blik in de onderwijzerswereld overtuigt ons ook daarvan,
vooral daar, waar bejaarde en jonge onderwijzers zamen werken.
Gelijk overal in de wereld het oude en het nieuwe vijandig tegen-
over elkander staan, zoo ook hier; ook hier kan de strijd met
zooveel verbittering worden gevoerd, dat men van weerskanten slechts
eikaars gebreken ziet en totaal blind is voor eikaars verdiensten en
goede hoedanigheden.
Hoe dikwijls klagen jonge onderwijzers over hun oudere collegaas!
Zij beschuldigen de laatsten van wantrouwen, nijd en hebzucht. Hoe
dikwijls zijn bejaarde onderwijzers boos op hun jongere medearbei-
ders en beschuldigen dezen, van verwaandheid, heerschzucht en harts-
togtelijkheid.
Eu als nu in één gemeente, ja in dezelfde school twee zulke vij-
andige partijen werken; — als beiden als 't ware voor denzelfden
wagen zijn gespannen, maar de één hem naar 't zuiden, de ander
naar 't noorden trekt in plaats van met vereende krachten op 't
oosten aan te houdeu: hoe gaat het dan met de jeugd, die aan
beiden wordt toevertrouwd? Tot wien zullen de harten der kinderen
zich wenden? Wat is natuurlijker, dan dat beiden er onder lijden,
dat beiden eindelijk door de bedrogen ouders veracht worden, en
dat de stand, de geheele onderwijzersstand ten laatste in de open-
bare meening daalt? Kan er overigens iets verschrikkelijkers zijn,
dan dat menschen, die elkander dagelijks moeten zien, dagelijks aan
't zelfde werk moeten arbeiden, elkander toch met nijdige, wan-
trouwende blikken gadeslaan?
131. :
Ik stel mij een jongen onderwijzer voor, die pas de kweek- of
normaalschool heeft verlaten en nu de wereld intreedt. Met heilige
liefde voor zijn beroep aanvaardt hij zijn werk, vol ijver eu met de
beste plannen. Zijn toekomstige werkkring verschijnt hem in de
schoonste kleuren; het dunkt hem zoo heerlijk, te midden der kin-
deren en in vereeniging met den ouderen ambtgenoot te werken.