Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
mij echter, dat we nog lang niet genoeg, ja, dat we nog maar
zeer weinige hebben. Geschreven wordt er in onzen tijd heel veel,
misschien ook genoeg door menschen, die meer 't belang van
hun maag, dan de vorming van 't opkomend geslacht in 't oog
hebben, en die zich bovendien do eigenschappen van een goed
kinderwerkje nog niet helder hebben gemaakt. Hadden wij meer
waarlijk goede Iwiderboeken, wij konden niet alleen onzen kinderen,
maar ook den jongen onderwijzer geluk wenschen; want de laatste
zou daaruit op een juiste en tevens aangename wijze kunnen leeren,
hoe men met de jeugd spreken en omgaan moet.
126.
Ik keur ieder kinderwerkje af, dat alleen geschreven is, om de
lieve kleinen te amuzeren en hun den tijd te verdrijven. Deu tijd,
een zoo kostbaar goed, te willen verdrijven, is vooreerst een
groote dwaasheid; voorts verliezen de kinderen door zulk een
bloot vermakelijke lektuur den smaak voor ernstigen, degelijken
kost. Ieder kinderwerkje moet veeleer het gewigtig doel hebben,
om den wil te leiden, het hart voor 't goede te verwarmen en tevens
werkelijk nuttige kennis of levenswijsheid meê te deelen. De gebeur-
tenissen moeten daarom ook een achtergrond hebben, die niet uit
den flaauwen pappot der kinderkamer, maar uit het volle, frissche
leven is genomen, 't Is een valsehe meening, dat in kinderboekjes
alleen onmondigen spreken mogen of de hoofdpersonen zijn. Of
neemt de jeugd in 't werkelijk leven niet hoofdzakelijk volwassenen
tot voorbeeld en vormt zij zich niet naar dezen?
127.
Ik keur ieder kinderwerkje sterk af, dat zijn lezers alleen tot
aardige, uiterlijk gepolijste en hoffelijke wereldpoppen vormen wil
en daarom slechts een uiterlijke zedeleer predikt, die tot einddoel
den bijval der wereld heeft.
Gij moet net en zindelijk zijn, anders ergeren de menschen zich
aan u; gij moet niet liegen, want wie zou u anders gelooven; gij
moet niet stelen, anders wijst immers iedereen met de vingers
naar u, om van het tuchthuis niet te spreken: dat alles is blik-
ken munt, die wij zelfs in de geschriften van hooggeroemde kin-
derschrijvers van vroeger en later tijd dikwijls genoeg hooren rammelen.