Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
bij gelegenheid studeert, wien de kennis van een ding zoo bij toe-
val eigen wordt; terwijl de theoretikus naar vaste beginselen
steeds vorsehend voorwaarts gaat. De praktikus is niet in staat,
rekenschap van zijn doen en laten te geven; hij doet, wat hem de
onloochenbare ondervinding als doelmatig geleerd heeft; hij zegt:
„'t is zoo," terwijl de theoretikus zegt: „'t moet zoo zijn en ge-
beuren."
De praktijk vertoont zich zuiver en in de sterkste mate bij de
dieren. Hier is bedrijvigheid zonder overweging en vooruitgang; nog
heden bouwen de bijen haar cellen, zoo als ten tijde van Abraham.
Theorie en praktijk vinden daarentegen bij den mensch een ver-
eenigingspunt en wel hierin, dat hij een verstandig wezen, een den-
kende geest is. Waar men niet bloot navolgt of blind naaapt, waar
men met liefde en verstand zich aan een onderwerp overgeeft en er zich
meê vereenzelvigt, daar houdt het onderscheid tusschen theorie en
praktijk op, daar is 't begin en einde der theorie praktijk en het
begin en einde der praktijk theorie, 't Een leidt tot het ander, 't een
brengt het ander voort in eeuwig wisselende, wederkeerige werking.
124.
De onderwijzer, die zijn beroep van ganscher harte liefheeft,
kan noch enkel praktikus, noch enkel theoretikus zijn. De liefde
is niet alleen behoudend, maar ook vormend, en zij moet daardoor
den geest gestaag van 't een naar 't ander trekken, zoodat bloesem
en vrucht elkander eeuwig afwisselen. Daarbij is en, blijft het van
't hoogste belang, dat de geest in de verbinding van theorie en
en praktijk, in het zich wenden van de een naar de ander, nooit
bij 't oude staan blijft, maar 't oude eeuwig verjongt en veredelt
en daardoor waren vooruitgang mogelijk maakt.
De liefde streeft naar eenheid en vereeniging; de vrucht der
vereeniging bevat het voortreffelijkste van 't vereenigde in zich, en
waar een liefdevol onderwijzer in den kring der jeugd werkt, daar
zijn theorie en praktijk harmonisch verbonden, om een vrucht aan
te kweeken, die Gode en menschen welgevallig is.
125.
Kinderboekjes hebben we toch zeker genoeg, zeggen velen, en
ze hebben gelijk, als ze enkel de titels tellen. Wel bekeken, dunkt