Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
05
122.
Wat is de invloed van de school op 't leven? Ik wil die veel-
omvattende vraag beperken, aldus: Wat is de invloed der school
op het .kinderleven?
Niet alle onderwijzers zien genoeg buiten de school rond; menig-
een denkt, als hij de schooldeur sluit, slechts aan huisjas en pijp
en zegt: W'erk cn moeite genoeg voor een dag!
Maar als gij een wandeling doet, ga toch vooral eens de plaatsen
voorbij, waar uw leerlingen zich 's avonds tot .het spel verzamelen.
Waarom hoort gij zoo zelden een vrolijk liedje door uw knapen en
meisjes zingen, een lied, dat op tijd of gelegenheid past en den
avond op een vrolijke, onschuldige wijze kan korten. Als ze zin-
gen, zingen ze dau niet dikwijls liederen, die u vreemd zijn? liede-
ren, die uw school niet geleerd heeft? Waarom willen of kunnen
zij juist uw liedjes niet zingen? Komt het mogelijk hierdoor, dat uw
zangonderwijs zelf tc weinig leven heeft, om zich in 't kinderleven
te dringen ? Hebben de kinderen misschien hun liedjes alleen in hun
boeken, iu plaats van in hoofd en hart, en kunnen ze welligt alleen
iets naar noten zingen, maar niet van buiten, zoo als de vogels ih
't woud? Laat uw kinderen 't lied, dat zij zullen zingen, van bui-
ten leeren, — of zou misschien uw werken op meerstemmig
schoolgezang door dat van buiten zingen belemmerd worden? Och,
vergenoeg u dan liever met de éénstemmigheid.
En als gij buiten de school uw leerlingen bespiedt, merkt ge dan wel,
wat ze doen, om het trage voortkruipen van den tijd te bespoedigen?
Den een valt een domme, den ander een slechte streek in, en fluks
voert de geheele troep die van louter verveling uit. Ze slaan kik-
vorschen dood, martelen vogels of meikevers, of binden een armen
hond een ketel aan den staart. Kunt gij en moet gij niet op het
kinderleven heilzaam werken, door uw knapen vrolijke, goede spe-
len te leeren, zoo als er zoo vele zijn?
Om iets inderdaad onmogelijk te maken, moet men maargeloo-
ven, dat het onmogelijk is; — dc liefde echter kan wonderen doen.
123.
Men heeft ook in 't schoolleven de uitdrukkingen theorie en
praktijk dikwijls misbruikt en datgene vau elkander gescheiden,
wat volstrekt niet onvereenigbaar is.
Bezien wij de zaak goed, dan is hij een prak tik us, die slechts
5