Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
Goed preken is gemakkelijker dan goed vertellen, en 't is een be-
kende zaak, dat menigeen veel liever den prediker tegen den verteller
verruilt, dan omgekeerd. Ben goed verbaler klopt aan alle deuren:
nu wekt hij de verbeelding op, dan grijpt hij in 't gemoed, nu
maakt hij vrolijk, dan wekt hij treurigheid en angst in de ziel.
Een goed verteller verhaalt voor de menschen, die om hem zitten,
en schikt zich naar dezen; — niet hij maakt zijn publiek, maar dit
maakt hem, met dien verstande, dat hij 't eigenaardig, geestelijk karak-
ter zijner toehoorders, 't zij kinderen of groote menschen, als in een
spiegel opvangt, om het veredeld en veredelend terug te kaatsen.
118.
Wilt ge iets schoons zien, bezoek dan dikwijls een school, waar
goed verteld wordt. Volg daar met aandacht den onderwijzer en
bespied de kinderen. Maar hebt ge geen hart voor tooneelen, zoo-
als ze u hier worden aangeboden, blijf dan te huis; gij mist in
allen gevalle de gave, om met een kennersoog op veel kleinig-
heden te letten, die ons zulk een diepen blik in 't mensehenhart
veroorloven: gij zult geen kinderen leeren kennen, geen onderwij-
zer naar ziju regte waarde leeren schatten. Doch hebt ge gevoel
voor poezie, dan zult ge met een soort van wellust dien straks zoo
levendig door elkander woelenden, nu als vastgekluisterden hoop
kinderen aanstaren; want zoo er iets schoon is in de school, dan
is het die schare kinderen, aan de lippen huns leeraars hangende, —•
zoo er iets schoons is, dan zijn het de onschuldige, kinderlijke
kreten van opgetogenheid of voorbijgaande treurigheid, die waar-
achtige belangstelling hun uit het harte perst.
Wat onderwijzer zou zich niet gelukkig voelen, wanneer hij ziet,
dat gansehe rijen kinderen, van zoo verschillende geaardheid, allen
zonder onderscheid, ieder woord met open oor, met open mond vau
zijn lippen vangen, ja soms ieder beweging van zijn " gelaat mecha-
nisch nabootsen, in 't hart ieder gewaarwording met hem deelen.
119.
Hoe leert men vertellen?
Eenvoudig door opmerken en oefening; door onpartijdige waar-
neming van den indruk, dien men maakt, en ook door goede voor-
beelden en goed gekozen lektuur van volks- en kinderboeken. Doch