Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
108.
Een beroemd man, die wel geen boek over opvoedkunde geschre-
ven maar toch een diepen blik in 't wezen der opvoedkunde geslagen
heeft, zegt:
„Hebt gij eenmaal een gedachte vast en helder in u opgenomen,
druk haar dan uit, zooals gij wilt, — 't is zeker, dat ge haar altoos
goed uitdrukken zult."
Van die waarheid mogen onderwijzers zich wel om een dubbele
reden diep doordringen, eensdeels ter wille van zich zeiven, anderdeels
ter wille van hun leerlingen. Zij geeft den toetssteen voor de echtheid
en klaarheid van ons eigen weten zoowel als van dat eens anderen; zij
leert ons, waaraan we kunnen ontdekken, of men ons begrepen heeft.
Overigens is ieder poging, om een gedachte scherp en juist uit
te drukken, tevens een poging, om ons zelven die gedachte regt
helder te maken.
109.
Leesuren! Dat zijn in veel scholen uren, waarin de kinderen
doen, wat ze reeds kunnen, opdat ze 't niet weer verleeren! Dat
werktuigelijk lezen is bij een eenigzins goede methode dra aange-
leerd, en de school biedt in vereeniging met het leven dagelijks
gelegenheid aan, om zich er in te oefenen; maar de onderwijzer
meent daarvoor toch in de hoogere klassen nog wekelijks eenige
uren noodig te hebben. In plaats van er op te werken, dat de
kinderen met verstand lezen, acht geven op zin en inhoud van
't gelezene, waarin toch eigenlijk de regte waarde der leeskunst
bestaat, laten velen maar altijd doorlezen, 't eene kind na 't andere,
verbeteren hoogstens iets met betrekking tot de leesteekens of de
uitspraak, en beschouwen de leesuren, even als de schrijfuren, als
een soort van rusttijd. En toch zijn velen nog dwaas genoeg, te
gelooven, dat zij door zulk lezen den kinderen nuttige kennis
kunnen bijbrengen|, uit de leesstof geput.
110.
De leesuren krijgen dan eerst waarde, als zij tot spreek- cn
den kuren gemaakt worden, 't Eenvoudigste en naaste middel daartoe
bestaat in de opgave, om gedeelten van 't gelezene weer te vertellen