Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
brengen, 't Verstaan van een spreuk, van een kinderlied of een
eenvoudige vertelling, — 't zuiver, langzaam naspreken of weervertel-
len of opschrijven, indien de leeftijd het veroorlooft, — eindelijk de ont-
wikkeling van weinig eenvoudige regels op grond dier bouwstoffen: dat
zijn de hoofdtrekken van het eerste taalonderwijs. Nimmer echter
moet de onderwijzer ook maar één dag laten voorbijgaan, zonder
de kinderen iets goeds, 't zij het gelezen of verhaald is, te laten op-
schrijven. Als de leerlingen spreken zullen leeren, moet de onder-
wijzer leeren zwijgen; beiden moeten echter kunnen hooren. Dat
klinkt paradox; maar wie er goed over nadenkt, zal 't eenvoudig
waar vinden.
107.
Hoe hooger wij de ladder der onderwijzerswereld beklimmen, des
te meer eischen worden er aan 't hoofd, des teminderaan 't hart
gedaan. Van hen, die op de bovenste trede staan en zich in den
hooglecraarshemel der universiteiten koesteren, ziet men veel door
de vingers, als ze slechts grondig geleerd zijn. De dorpson-
derwijzer staat op de onderste sport van de ladder, midden tusschen
't volk, schier op den vlakken grond; 't volk rekent hem tot de
zijnen. Daarentegen ziet het tegen hen al op, die een paar treden
hooger staan, en van hen, die op de hoogste sport zitten, weet het
ter naauwernood iets. Vau c-eu volksonderwijzer wordt meer hart ge-
eischt, alsof het volk wist, dat men daarin, en niet in 't hoofd, het
eigenlijk middel- en zwaartepunt moet zoeken. Van hem verwacht men
met vast vertrouwen, dat hij uit het hart tot het hart spreekt en onder-
wijst, en dat zijn leven getuigenis geeft van de waarheid zijner
leer, waarvoor men hem het mathematisch bewijs gaarne schenkt.
Van die betrekking tot het volk kan ouze onderwijzer zich niet te
veel doordringen; want van de innigheid zijner overtuiging hangt
zijn waarde af.
Daarmee wil ik in geenen deele gezegd hebben, dat het onver-
schillig is, of er op de bovenste sporten van de onderwijzersladder
mannen zonder hart zitten. De giftdroppen, die van boven vallen,
komen ook wel beneden, maar hun val duurt langer, ofschoon zij
daarom niet zelden des te verderfelijker werken, zoo als sneeuw-
vlokken en hagelsteenen des te grooter worden, uit hoe hoogcr lucht-
laag zij neerkomen.
Urn